the ledge files
the ledge - nl - uk
nieuw
zoeken
gesprekken
boeken
Marten Toonder
Rotterdam 2 mei 1912 - Laren 27 juli 2005 • Nederlandse striptekenaar


foto: (tekening): Siegfried Woldhek

zoek in hele site:


the ledge - flash versie*

*

Marten Toonder was de geestelijke vader van een groot aantal stripfiguren, zoals Tom Poes, Olvier B. Bommel, Panda en Kappie. Ook was hij de grondlegger van de Marten Toonder Studio's, waar vele Nederlandse striptekenaars het vak hebben geleerd. Met de krantestrip over 'Heer Bommel en Tom Poes' heeft Marten Toonder zich tot aan het einde persoonlijk bezig gehouden. het heeft hem het eervolle lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde opgeleverd, vanwege zijn vindingrijke en vernieuwende taalgebruik. Zo zijn neologismen als 'grofstoffelijk', 'denkraam' en 'breinbaas' afkomstig uit zijn pen.

Marten Toonder, zoon van een kapitein op de grote vaart, ging na de middelbare school op achttien-jarige leeftijd met zijn vader mee naar Zuid-Amerika. In Buenos Aires ontmoette hij de vroegere Walt Disney-animator Dante Quinterno. Van hem leerde hij de techniek van stripverhaal en tekenfilm, waarvoor hij al op jeugdige leeftijd belangstelling had. Terug in Nederland gaf zijn vader hem één jaar de tijd om te bewijzen dat hij in dit vak zijn brood kon verdienen.

In 1933 volgde Marten Toonder tekenlessen en ging hij werken bij de uitgeverij en drukkerij Nederlandse Rotogravure Maatschappij NV in Leiden, waar hij stripfeuilletons tekende. Eén van zijn eerste strips was 'De Vroolijke en Griezelige Avonturen van Bram Ibrahim' voor de KRO-gids in 1934.

In 1935 trouwde hij met zijn buurmeisje Alfine Kornélie Dick (Phiny Dick). Phiny maakte ook tekeningen en schreef kinderboeken en strips. In 1938 stapte Toonder over naar uitgeverij Diana in Amsterdam. Marten Toonder nam in 1939 de beslissing om voor zichzelf te beginnen, omdat hij steeds opnieuw geconfronteerd werd met salarisverminderingen in de crisisjaren. Hij vestigde zich in Amsterdam in 1940 samen met zijn vrouw. In 1941 kon hij dankzij Polygoon met het medium tekenfilm gaan experimenteren. Hij kreeg assistenten, een secretaresse en een bedrijfsruimte. In juni 1942 werd Toonder compagnon van Joop Geesink, die dat jaar in maart was begonnen. Samen richtten zij de Geesink-Toonder Studio's op.

Al in 1938 zette Marten Toonder voor het eerst het figuurtje van Tom Poes op papier. Het zou echter nog tot 1941 duren voor Tom Poes Martens stoffige tekenmap kon verlaten om in de openbaarheid te treden, vrijwel tegelijkertijd in Zweden, Tsjechoslowakije en Nederland. Meer succes had Marten aanvankelijk met 'Dom Sombrero' die in Argentinië en Tsjechoslowakije verscheen. Als gevolg van de oorlog verdween Mickey Mouse als stripverhaal uit De Telegraaf. De plaats werd vanaf 16 maart 1941 ingenomen door 'De Avonturen van Tom Poes'.

De Geesink-Toonder Productie in de Vijzelstraat hield stand tot maart 1943. Hier werden onder andere filmpjes voor de Nederlandse Spoorwegen en Philips gemaakt. Geesink ging zich meer toeleggen op poppenfilm terwijl Toonder zich bezighield met tekenfilm en strips. In 1944 startte Geesink zijn eigen studio. De Toonder Studio's breidden zich gauw uit aan de Nieuwezijds, tegenover De Telegraaf, tot daar op Dolle Dinsdag een eind aan kwam. In 1944 kreeg De Telegraaf een hoofdredacteur die lid was van de SS. Toonder stopte meteen met de Tom Poes-strip voor die krant. Tevens liet hij zich manisch-depressief verklaren – hierdoor kon hij stoppen met werken zonder onder te hoeven duiken.

Tijdens de bezettingsjaren werkten bij de Toonder Studio's tientallen mensen aan een tekenfilm in opdracht van Duitse ondernemingen. Van deze film is nooit één meter bruikbare film afgeleverd. Verscheidene medewerkers vonden hierin een belangrijke dekmantel voor illegale activiteiten. In een latere fase werd in een afzonderlijk gebouw
de illegale drukkerij D.A.V.I.D. (De Algemene Vrije Illegale Drukkerij) ondergebracht. Deze drukkerij leverde behalve Tom Poes-boekjes bijvoorbeeld ook het ondergrondse blad Metro af.

Na de oorlog zette Toonder zijn werk voort in zijn woonhuis, Keizersgracht 530. Marten Toonders grote liefde voor de tekenfilm heeft niet tot grote (financiële) successen mogen leiden. De door hem gemaakte Tom Poes-televisiefilmpjes en Philipsreclamefilms zijn niet van de klasse die zijn strip kenmerkt. In 1949 waren er plannen voor de film Fortune Fair ('Sprookjeskermis'), maar het geld ontbrak. Toonders grote wens om een grote tekenfilm te maken is uiteindelijk wel in vervulling gegaan. Met de films Gouden Vis en Moonglow (geen Tom Poes-films) behaalde hij internationale prijzen. De eerste grote Bommel-film kwam pas in 1983.

De strip-afdeling van de Toonder Studio's zat ook niet stil. In de jaren vijftig en zestig stond er in elke krant wel een strip afkomstig van één van Toonders medewerkers. Opvallend is ook dat toen de strip in Nederland, in navolging van Amerika, verguisd werd als corrumperend voor tere kinderzieltjes, en bezorgde pedagogen zich en masse stortten op de verderfelijke beeldroman, strips uit de Toonder Studio's aan deze hetze ontsnapten. Toonder-strips werden blijkbaar beschouwd als gezond, onderhoudend en opbouwend.

Vele Nederlandse striptekenaars zijn hun carrière begonnen in de Toonder Studio's. Ben van 't Klooster, Freddy Julsing, Andries Brandt, Patty Klein, Thé Tjong Khing en vele anderen droegen bij aan de productie van strips als 'Panda', 'Kappie', 'Tekko Taks', 'Student Tijloos', 'Horre, Harm en Hella', 'Birre Beer', 'Wipperoen' en 'Kraaienhove'. In de loop der tijd nam de productie van tekenfilms steeds meer de overhand, tot de stripafdeling van de Toonder Studio's uiteindelijk in 2000 geheel verdween.

In 1965 vestigde Toonder zich in Greystones, Ierland, om zich daar, ver van commerciële en leidinggevende beslommeringen, te kunnen wijden aan zijn grote succes: Tom Poes, het werk van de meester zelf, dat hem de roem heeft gebracht die hij verdiende. Zo'n 600 verhalen maakte hij van deze strip, waarvan 160 als dagstrip in diverse kranten verschenen. In 1967 begon uitgeverij De Bezig Bij met een uitgave van 43 reuzepockets Bommelverhalen. In 1982 schreef Marten Toonder het boekenweekgeschenk. Op zondag 2 mei 1982, zijn zeventigste verjaardag, werd Marten Toonder benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

De Bommel-film Als je begrijpt wat ik bedoel ging in 1983 in première. Toonder had, in samenwerking met Rob Houwer, ruim twee jaar aan deze animatiefilm gewerkt. Het laatste Bommelverhaal verscheen in 1986. Op 1 april 1998 verscheen voor het laatst in NRC Handelsblad een Bommelfeuilleton: het slot van 'Heer Bommel en het einde van eindeloos'. Na het laatste Bommelverhaal van 1986 ging Toonder zijn tijd wijden aan het schrijven van zijn autobiografie.

Het eerste deel van Toonders autobiografie, Vroeger was de aarde plat, beslaat de periode 1912-1939. Later verschenen Het geluid van bloemen, over de periode 1939-1945, Onder het kollende meer Doo, over de periode 1945-1965, en 'Tera'. In dit laatste deel roept Marten Toonder, met een milde wijsheid en in zuivere schrijfstijl, een levendig beeld op van Tera de Marez Oyens, de vrouw met wie hij een aantal hartstochtelijke jaren deelde: een heel leven in enkele jaren, zo volledig, verdrietig en rijk.

Zijn laatste levensdagen sleet Marten Toonder in het rustoord voor bejaarde kunstenaars, het Rosa Spier huis te Laren.

bron: www.lambiek.net
schema  
HET OEUVRE VAN MARTEN TOONDER:

Het platmaken / Een groot denkraam
1969 / 1972
Naïeve beer van stand trekt ten strijde tegen misstanden.
De 'Ollie B. Bommel'-verhalen
1941-1986
Heer van stand bevrijdt met hulp van jonge vriend zijn wondere wereld van het kwaad.
:
noot maken
naam:

noot


Code (above)


The Ledge
Redactie: Stacey Knecht, info@the-ledge.com
Dank aan: De digitale pioniers en
Het Prins Bernhard Cultuurfonds
Ontwerp: Maurits de Bruijn
 

Copyright: Pieter Steinz, Stacey Knecht
Reproduktie en/of hergebruik uitsluitend in overeenstemming met de auteurs.