the ledge files
the ledge - nl - uk
nieuw
zoeken
gesprekken
boeken
De laatste raamgiraf

Péter Zilahy
Vassallucci, 2002
vertaling: Mari Alfoldy

oorspronkelijk verschenen als:
Az utolsó ablakzsiráf
1998, uitgeverij: Ab Ovo, Budapest



Andere boekfragmenten:
boekfragment:
De nacht in
Olaf Olafsson

boekfragment:
Vita
Melania Mazzucco

boekfragment:
Kampvuur
Julia Franck

boekfragment:
Klein verhaal van een grote gekte
Rob Kappen

boekfragment:
Onder de vulkaan
Malcolm Lowry

boekfragment:
Callahan en andere gedaanten
Onno Kosters

boekfragment:
Lezen &cetera - gids voor de wereldliteratuur
Pieter Steinz

boekfragment:
Bankvlees
Jan van Loy

boekfragment:
Onder het vee
Rutger Kopland

boekfragment:
Een man in de tuin
Rutger Kopland

boekfragment:
De Amerikaan die ik nooit geweest ben
Chris Keulemans

boekfragment:
De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha
Miguel de Cervantes Saavedra

boekfragment:
Terug naar huis
Natasha Radojcic

boekfragment:
Dansen met de kippen
Jim Heynen

boekfragment:
Rondo veneziano
Gerrit Krol

boekfragment:
De rokken van Joy Scheepmaker
Gerrit Krol

boekfragment:
De egyptoloog
Arthur Phillips

boekfragment:
Praag
Arthur Phillips

boekfragment:
Verkleed als mens
Wouter van Oorschot

boekfragment:
De bekende wereld
Edward P. Jones

boekfragment:
Zorro: op weg naar zijn lotsbestemming
Isabel Allende

boekfragment:
De laatste raamgiraf
Péter Zilahy

boekfragment:
De hut van oom Tom
Harriet Beecher Stowe

boekfragment:
Ragtime
E.L. Doctorow

boekfragment:
Langzaam lopen is al verdacht
Arjan Peters

boekfragment:
Het Vijftig Jaars Zwaard
Mark Z. Danielewski

boekfragment:
Purgatorio
John Haskell

boekfragment:
De rusteloze supermarkt
Ivan Vladislavic

boekfragment:
Zuidwester meningen
D. Hooijer

boekfragment:
Afgunst
Kathryn Harrison

boekfragment:
Watt
Samuel Beckett

boekfragment:
Sonny Boy
Annejet van der Zijl

boekfragment:
Bittere vruchten
Achmat Dangor

boekfragment:
Kreutzersonate
Leo N. Tolstoy

boekfragment:
Reis naar het einde van de nacht
Louis-Ferdinand Céline

boekfragment:
Vreemd
Bob Rigter

boekfragment:
Gloed
Sándor Márai

boekfragment:
Handboek voor de levenskunst
Wilhelm Schmid

boekfragment:
Boetekleed
Ian McEwan

boekfragment:
In Babylon
Marcel Möring

boekfragment:
Lezen op locatie
Pieter Steinz

boekfragment:
Het web van de wereldliteratuur
Pieter Steinz

boekfragment:
Zwarte Mamba
Nadifa Mohamed

boekfragment:
Eekhrn zkt eekhrn
David Sedaris



the ledge - flash versie*

*
Nederlands



 
 

De hobbelige weg van mijn sexuele rijpingsproces
wordt gemarkeerd door de dood van communistische
dictators. Mijn eerste sexuele ervaring viel samen
met de dood van Mao Zedong, ik werd op de
peuterschool gebeten door een meisje dat Diána
heette. Rond de dood van Tito kreeg ik de baard
in de keel en bij Brezjnev had ik mijn eerste
zaadlozing. Drie dagen lang zond de radio alleen
klassieke muziek uit, dat vond ik een beetje
overdreven, op sommige scholen werd zelfs vrijaf
gegeven. Daarna gebeurde er een hele tijd niets,
als experiment nam ik een meisje mee naar de film,
maar de film was te goed en ik kreeg kramp in mijn
hand. Op de middelbare school raakten de
gebeurtenissen in een stroomversnelling, de eerste
zoen was slechts enkele maanden verwijderd
van de eerste stormachtige nacht. Na Andropov
gafook Tsjernenko de pijp aan Maarten. Een paar
weken later volgde Enver, dat vertel ik maar niet.
Ten tijde van de executie van Ceauşescu maakte ik
kennis met de g-spot. Kim Il Sung voegde een nieuw
perspectief toe aan wat ik over het onderwerp wist,
gelukkig liet de rechtbank de aanklacht vallen.
Fidel. Sterft, gij oude vormen en gedachten,
begeerte heeft ons aangeraakt...




 
 



Volgens mijn lerares Russisch kan ik de Slavische
cultuur pas begrijpen als ik Oorlog en vrede
in het origineel heb gelezen. Het is haar gelukt
op de Transsiberië-expres, heen en terug. Dan nog
liever Schuld en boete, dat haal ik tot
Moskou. Misschien zou het genoeg zijn om me door
schuld heen te worstelen. Terug kon ik dan met de
Aeroflot, wat een mooi woord is dat ook! Als een
eau-de-cologne van gerecycled strijdgas. De taal
maakte deel uit van de camouflage, we moesten
doen alsof we Russisch kenden. Noe!
Vijfenveertig minuten lang keek ik in het Russisch,
knikte ik in het Russisch, zuchtte ik in het
Russisch. Ik zette Oorlog een vrede op de
hoek van mijn tafel neer.
Het kwam niet bij me op dat talenkennis nuttig
zou kunnen zijn. Kennis was een voorwaarde om te
groeien, een doel op zich, als je wilde groeien,
moest je huiswerk maken. Russisch leerden we ook
omdat het een prachtige taal is (niet dat het
Hongaars niet wondermooi is). In die tijd spraken
alleen leraren Russisch die taal, vrouwen van rond
de vijftig met geverfd haar. Een militante etnische
minderheid met eigen stamrituelen. Hun idee-fixe
was het melden, voor elke inzet moest de
getalsterkte worden gemeld. Russische soldaten heb
ik alleen in films gezien, maar die waren
nagesynchroniseerd. De eerste echte Russische
soldaat zag ik toen ze het land verlieten. De
Koude Oorlog was afgelopen, ook de vrede was
afgelopen, zij was niet meer iets om voor te sterven,
de Russen verkochten de uitrusting tegen de ideële
waarde. Een vriend van me wilde een parachute
kopen, ik was de tolk.
Parasjoet jest, vroeg ik, maar ik moest
zo lachen dan de t eraf viel, mijn hemel,
het Russische werkwoord voor 'zijn' klinkt net als
'ja' bij Amerikanen, toch niet voor niks mijn talen
geleerd. Yankee go home en posjli domoj
zijn één pot nat, bezetting is een lijn op de kaart,
een streepje, een voegwoord. Niet de tanks, niet het
schoolsysteem, niet beer Misja. Een berisping. De
korporaal antwoordde in het Hongaars, twee wodka,
zei hij, en hield twee vingers omhoog, twee, want
ze zijn met zijn tweeën. Hij vroeg hoe het was op
school. Ik vond dat een ongewenste intimiteit en
bromde bokkig noe noe zoals ik in De
stille Don
heb gezien. Hij zei dat hij ook een
zoon had, Sergej, en dat hij wist dat wij het ook
niet makkelijk hadden, wat dachten we van een
Kalasjnikov? Of van dit pistool hier? Ik ben geen
zoetekauw, maar zo moet een dikzak zich voelen in
de snoepwinkel. Hij gaf er een patroonhouder bij
als relatiegeschenk, laten we drinken op de goede
oude tijden. De goede oude tijden, waarin ik nog
niet leefde en onze vaders elkaar vrolijk uitmoordden,
moet ik daarop drinken met de vijandelijke soldaat
die mij in mijn eigen taal aanspreekt? Egesegedre,
zegt de onderofficier, zijn mond staat naar
nazdarovje. Egészségedre,
egesegedre, op je gezondheid, op je hele gat,
de taal is geniaal! Sergej heet ook Sergej, net
als zijn zoon, Serjozja voor ons - hij drukt de fles
in mijn hand en citeert foutloos de Hongaarse
dichter Petőfi. Hongarije is poëzie. Ik vertel dat
een groep Hongaarse geleerden Sándor Petőfi heeft
geidentificeerd als een vrouwenskelet in Bargoezin.
Het verrast hem niet, zegt hij, Rusland is enorm.
Hij is helemaal niet opdringerig, eerder behulpzaam.
Hij gaat niet graag terug, hij is hier gewend, hij
houdt van de Hongaren, vooral de vrouwen, en hij
knipoogt naar me alsof ik weet waar het over gaat.
Ik knipoog terug op zijn pavloviaans, want ik weet
dat je moet knipogen als het over vrouwen gaat.
We willen eigenlijk niet langer storen, maar hij
houdt ons aan de praat, nog steeds in het Hongaars.
Ik kan beter oppassen. Misschien kent hij niet
eens Russisch. Misschien is hij wel een Ob-Oegrische
dubbelspion. Al zwaaiend lopen we achteruit weg,
als we bij de deur zijn roept hij ons nog na of
we niet een paar handgranaten willen meenemen.



 
 


De raamgiraf was een plaatjesboek waaruit
we leerden lezen toen we nog niet konden lezen.
Ik kon al lezen, en toch moest ik het leren,
want waarvoor ging je anders naar school. De
raamgiraf
presenteerde ons de wereld op
begrijpelijke wijze op alfabetische volgorde.
Alles had een plaats en een betekenis, een
symbolische en een alledaagse; we konden eruit
leren dat de zon in het oosten opkwam, dat ons
hart zich aan de linkerzijde bevond, dat de
Oktoberrevolutie in november was, en dat het
lcht door het raam binnenstroomde, ook al was
het dicht. De raamgiraf stond vol zeven
koppige draken, feeën, duivels en prinsen, en
er stond bij dat ze niet bestonden. Ik herinner
me vier ver schillende soorten draken die niet
bestonden, en drie prinsen. Lettergreep voor
lettergreep leerde De raamgiraf ons tussen
de regels te lezen. Hij was vanzelfsprekend,
niemand kwam op het idee vragen over hem te
stellen. De raamgiraf is de raamgiraf. De
raamgiraf is mijn jeugd, de kleedkamer, de gymles,
het continu groeien, een tijd vóór een betere
tijd, de zachte dictatuur, mijn huiswerk, mijn
onschuld, mijn generatie. De raamgiraf
is een boek waarin ook ik voorkom. Twintig jaar
later vroeg iemand het me, toen kwam ik er pas
achter dat ablak en zsiráf, 'raam'
en 'giraf', het eerste en het laatste woord
waren, de alfa en de omega. Ja. Het raam is
het begin, door het raam komt het licht, de
giraf is de eindige oneindigheid, het
srrealisme, vlammende giraffen, eeuwig zullen
we leven! Een encyclopedie waarin staat wat
anders wordt weg gelaten.

Er is ook een raamgiraf in Parijs, ik heb het
op een ansichtkaart gezien, die heet Eiffeltoren.
De kaart was gestuurd door Zsófi Brünner, die
met haar ouders illegaal naar Frankrijk was
gegaan. De Eiffeltoren heeft een lange nek, vier
poten en een heleboel ramen: raam en giraf
tegelijk. Ook de naam klinkt goed, een
aanmoediging en belofte tegelijk, voorbij
het calimerocomplex van zij-zijn-groot-en-ik-
ben-klein-en-dat-is-niet-eerlijk, de belofte
van een plotselinge sprong, een definitief
loskomen uit het onderaanzicht dat door de
snellift in het midden tot een technische
kwestie wordt gereduceerd. Zsófi Brünner zag
er zelf ook een beetje uit als een giraf,
maar zij had geen ramen en geen snellift.
De snellift zat in mijn keel, toen zij op
haar spillebenen naar mijn bank tippelde
en me haar geurgum liet ruiken. Ik lag de
hele nacht als in een roes te spellen, de
letters renden me tegemoet als kattenogen
op de weg. De volgende dag was Zsófi
verdwenen. De meester deelde mee dat
zij plotseling op reis was gegaan. Hij
had kunnen zeggen: zij is geheel onverwacht
van ons heengegaan, als een secretaris-
generaal van de Partij. De geurgum liet
onuitwisbare sporen na in mijn ziel.
We hoorden pas later dat ze niet op
vakantie waren, toen ze in plaats van
zichzelf de Eiffeltoren stuurde, die
leek op de raamgiraf maar ten minste
iets betekende voor wie tussen de regels
kon lezen.





magyar




 
 

Nemi érésem göröngyös útját kommunista
diktátorok halála övezte. Első szexuális
élményem egybeesett Mao Ce Tung halálával,
megharapott egy Diána nevű lány az oviban.
Tito halálakor kezdtem mutálni, Brezsnyevnél
volt az első magömlésem. Három napig komolyzene
ment a rádióban, egy kicsit túlzásnak tartottam,
volt ahol még iskolai szünetet is elrendeltek.
Aztán sokáig nem történt semmi, kísérletképpen
elvittem egy lányt moziba, de túl jó volt a
film, és görcs állt a kezembe. A gimnáziumban
felgyorsultak az események, az első csókot az
első viharos éjszakától csak néhány hónap
választotta el. Andropov után Csernyenko is
beadta a kulcsot. Néhány hétre rá követte őket
Enver, azt nem mesélem el. Ceausescu kivégzésekor
ismerkedtem meg a G-ponttal. Kim Ir Szen új
szempontok szerint csoportosította ismereteim,
szerencsére a bíróság ejtette a vádat. Fidel. A
Föld fog sarkából kidőlni. . .




 
 

Orosz tanárom szerint akkor fogom megérteni
a szláv kultúrát, ha eredetiben olvasom a
Háború és békét. Neki a transszibériai
expresszen sikerült oda-vissza. Akkor már
inkább a Bűn és bűnhődés, azzal megúsznám
Moszkváig. Talán elég lenne a bűnön
keresztülrágnom magam. Visszafelé jöhetnék
Aeroflottal, az is milyen szép szó. Mint egy
harcigázból visszaforgatott kölnivíz. A nyelv
az álcázás része volt, úgy kellett csinálni,
mintha tudnánk oroszul. Nú! Negyvenöt percig
oroszul néztem, oroszul bólogattam, oroszul
sóhajtoztam, kitettem a pad szélére a Háború
és békét
.
Eszembe se jutott, hogy a nyelvtudásnak haszna
lehet. A tudás a növekedés feltétele volt,
valami önmagáért való, ha nőni akartál,
megcsináltad a házi feladatot. Oroszul is azért
tanultunk, mert egy gyönyörű nyelv, nem mintha
a magyar nem lenne meseszép. Akkoriban csak az
orosz tanárok beszéltek oroszul, az ötven körüli
festett hajú nők. Militáns etnikai kisebbség
törzsi rítusokkal. Rögeszméjük a jelentés, ez
volt az életben maradás feltétele, jelenteni
a létszámot minden bevetés előtt. Orosz katonát
csak háborús filmekben láttam, de az is magyarul
beszélő volt. Akkor láttam először igazi orosz
katonát, amikor kivonultak. Végetért a hidegháború,
és véget ért a béke is, többé nem volt értelme
meghalni érte, az oroszok eszmei értéken árulták
a felszerelést. A haverom ejtőernyőt akart venni,
én voltam a tolmács.
Párásút jeszty, kérdeztem, van-e ernyőjük, de
beleröhögtem, lemaradt a ty, te jó ég, a szovjet
létige összecseng az amcsi yes-szel, mégsem hiába
tanultam. Egyre megy a yankee go home és a
pasli damój, a megszállás egy vonal a térképen,
egy ékezet, egy kötőszó. Nem a tankok, nem a
nyolcosztály, nem a Misa mackó. Egy aláírás az
ellenőrzőmben. A tizedes magyarul válaszolt,
két vodka lesz, mondta, és mutatta, hogy kettő,
mert ketten vannak. Érdeklődött, hogy megy a suli.
Bizalmaskodásnak vettem, és konokul morogtam
magam elé, hogy nú-nú, miképpen a Csendes Donban
láttam. Elmondta, hogy neki is van egy fia, a
Szergej, és tudja, hogynem könnyű nekünk se,
mit szólnánk egy Kalasnyikovhoz? Vagy itt ez a
pisztoly! Nemvagyok édesszájú, de ilyen lehet a
pufinak a cukorkaboltban. Dobtárat is adna
szóróajándéknak, igyunk a régi szép időkre. A régi
szép idők, amikor még nem éltem, és apáink boldogan
ölték egymást, arra igyak az ellenséges katonával,
aki a nyelvemen szólít. Ege segedre, mondja az
altiszt, kilóg a nazdaróvje. Ege segedre –
a nyelv zseniális! Szergejt is Szergejnek hívják,
mint a fiát, nekünk Szerjózsa - kezembe nyomja
az üveget, és Petőfit idéz hibátlanul.
Magyarország költészet, mondja. Elmesélem,
hogy egy magyar tudóscsoport azonosította
Petőfi Sándort egy barguzini női csontvázban.
Nem lepi meg, mondja, Oroszország hatalmas.
Egyáltalán nem tolakodó, inkább készséges.
Nem szívesen megy haza, megszokott itt, szereti a
magyarokat, különösen a nőket, rám kacsint, mint
aki tudja, miről van szó. Visszakacsintok egy
pavlovit, mert tudom, a nőknél kacsintani kell.
Nem is zavarnánk tovább, de marasztal, továbbra
is magyarul. Jobb lesz, ha vigyázok! Lehet, hogy
nem beszél oroszul? Obi-ugor kettős ügynök?
Integetve hátrálunk kifelé, az ajtóban még utánunk
szól, nem akarunk-e vinni néhány kézigránátot?



 
 



Az ablakzsiráf egy képeskönyv volt, amelyből olvasni
tanultunk, amikor még nem tudtunk olvasni. Én
már tudtam olvasni, mégis meg kellett tanulnom,
mert akkor minek az iskola. Az ablakzsiráf
közérthető módon tárta elénk a világot
ábécésorrendben. Mindennek megvolt a helye és
értelme, szimbolikus és hétköznapi, megtudhattuk
belőle, hogy a nap keleten kel, szívünk a
baloldalon van, az októberi forradalom novemberben,
és az ablakon beárad a fény – akkor is ha be van
csukva. Az ablakzsiráf tele volt hétfejű sárkánnyal,
tündérrel, ördöggel meg királyfival, és azt írta
róluk,hogy nem léteznek. Négyféle sárkányra emlékszem, ami nem létezik, és három királyfira. Az
ablakzsiráf szótagolva megtanított olvasni a sorok
között. Magától értetődött, mint a tévémaci
lefekvéskor, senkinek se jutott eszébe rákérdezni.
Az ablakzsiráf az ablakzsiráf. Az ablakzsiráf
a gyerekkorom, az öltöző, a tornaóra, az állandó
növés, egy szebb kor előtti kor, a puha diktatúra,
a házi feladatom, az ártatlanságom, a generációm.
Az ablakzsiráf egy könyv, amelynek az egyik
szereplője én vagyok. Húsz év múlva megkérdezte
valaki, csak akkor jöttem rá, hogy az első és az
utolsó szó, az alfa és az omega, az ablak és a
zsiráf. Igen. Az ablak a kezdet, az ablakon át jön
a fény, a zsiráf a véges végtelen, a szürrealizmus,
lángoló zsiráfok,sose halunk meg! Egy lexikon,
amelyben benne van, ami kimaradt.
Ablakzsiráf Párizsban is van, egy képeslapon
láttam, úgy hívják ejfeltorony. A Brünner Zsófi
küldte, aki Franciaországba disszidált a szüleivel,
és most francia ábécés könyvből tanul. Az
ejfeltoronynak hosszú nyaka van, négy lába, és
rengeteg ablaka. Egyszerre ablak és zsiráf, a neve
is jól hangzik, nógatás és ígéret, a kicsivagyokén
-majdmegnövökén bölcsis retorikát meghaladva,
a hirtelen ugrás, az alulnézetből való végleges
kiszakadás ígéretével kecsegtet, amit a közepén
haladó gyorslift technikai kérdéssé degradál. Egy
kicsit a Brünner Zsófi is úgy nézett ki, mint egy
zsiráf, csak nem volt ablaka, és nem volt benne
gyorslift. A gyorslift a torkomban volt, amikor a
pipaszár lábaival a padomhoz tipegett és megengedte,
hogy megszagoljam a szagosradírját. Mámorosan
szótagoltam egész éjjel, mint macskaszemek az úton
futottak szembe a betűk. A Zsófi másnap disszidált.
Az osztályfőnök jelentette be, váratlanul elutaztak.
Mondhatta volna, hogy tragikus hirtelenséggel,
ahogy a főtitkárok mennek. Lelkemben a szagosradír
kitörölhetetlen nyomot hagyott. Csak később tudtuk
meg, hogy nem nyaralni mentek, amikor elküldte maga helyett az ejfeltornyot, ami olyan volt, mint az
ablakzsiráf, de legalább voltvalami értelme,
annak aki tud olvasni a sorok között.
 
 






     
The Ledge
Redactie: Stacey Knecht, info@the-ledge.com
Dank aan: De digitale pioniers en
Het Prins Bernhard Cultuurfonds
Ontwerp: Maurits de Bruijn

Copyright: Pieter Steinz, Stacey Knecht
Reproduktie en/of hergebruik uitsluitend in overeenstemming met de auteurs.