Zorro: op weg naar zijn lotsbestemming
Isabel Allende Wereldbibliotheek, Amsterdam, vertaling: Rikkie Degenaar
oorspronkelijk verschenen als: El Zorro: Comienza su destino 2004,
Andere boekfragmenten: boekfragment: De nacht in Olaf Olafsson
boekfragment: Vita Melania Mazzucco
boekfragment: Kampvuur Julia Franck
boekfragment: Klein verhaal van een grote gekte Rob Kappen
boekfragment: Onder de vulkaan Malcolm Lowry
boekfragment: Callahan en andere gedaanten Onno Kosters
boekfragment: Lezen &cetera - gids voor de wereldliteratuur Pieter Steinz
boekfragment: Bankvlees Jan van Loy
boekfragment: Onder het vee Rutger Kopland
boekfragment: Een man in de tuin Rutger Kopland
boekfragment: De Amerikaan die ik nooit geweest ben Chris Keulemans
boekfragment: De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha Miguel de Cervantes Saavedra
boekfragment: Terug naar huis Natasha Radojcic
boekfragment: Dansen met de kippen Jim Heynen
boekfragment: Rondo veneziano Gerrit Krol
boekfragment: De rokken van Joy Scheepmaker Gerrit Krol
boekfragment: De egyptoloog Arthur Phillips
boekfragment: Praag Arthur Phillips
boekfragment: Verkleed als mens Wouter van Oorschot
boekfragment: De bekende wereld Edward P. Jones
boekfragment: Zorro: op weg naar zijn lotsbestemming Isabel Allende
boekfragment: De laatste raamgiraf Péter Zilahy
boekfragment: De hut van oom Tom Harriet Beecher Stowe
boekfragment: Ragtime E.L. Doctorow
boekfragment: Langzaam lopen is al verdacht Arjan Peters
boekfragment: Het Vijftig Jaars Zwaard Mark Z. Danielewski
boekfragment: Purgatorio John Haskell
boekfragment: De rusteloze supermarkt Ivan Vladislavic
boekfragment: Zuidwester meningen D. Hooijer
boekfragment: Afgunst Kathryn Harrison
boekfragment: Watt Samuel Beckett
boekfragment: Sonny Boy Annejet van der Zijl
boekfragment: Bittere vruchten Achmat Dangor
boekfragment: Kreutzersonate Leo N. Tolstoy
boekfragment: Reis naar het einde van de nacht Louis-Ferdinand Céline
boekfragment: Vreemd Bob Rigter
boekfragment: Gloed Sándor Márai
boekfragment: Handboek voor de levenskunst Wilhelm Schmid
boekfragment: Boetekleed Ian McEwan
boekfragment: In Babylon Marcel Möring
boekfragment: Lezen op locatie Pieter Steinz
boekfragment: Het web van de wereldliteratuur Pieter Steinz
|
Nederlands
ZORRO: OP WEG NAAR ZIJN LOTSBESTEMMING — ISABEL ALLENDE Pater Mendoza stroopte de mouwen van zijn met bloed doorweekte pij op en begon de orde in zijn missiepost te herstellen, zonder te beseffen dat hij een oor kwijt was en dat het bloed niet van zijn tegenstander maar van hemzelf afkomstig was. Toen hij had geconstateerd dat de verliezen aan hun kant minimaal waren, zond hij een dubbel gebed omhoog, om te danken voor de overwinning en vergeving te vragen voor het feit dat hij in het vuur van de strijd de christelijke naastenliefde uit het oog had verloren. Twee van zijn soldaten waren lichtgewond geraakt en een missionaris had een pijl door zijn arm. De enige dode die ze te betreuren hadden was een van de meisjes die de geweren hadden geladen, een vijftienjarige indiaanse die met een verbaasde uitdrukking in haar grote, donkere ogen op haar rug op de grond lag, haar schedel met een knots ingeslagen.
Terwijl pater Mendoza zijn mensen aan het werk zette om de branden te blussen, de gewonden te verzorgen en de doden te begraven, liep kapitein Alejandro de la Vega door het schip van de kerk, met een geleende sabel in zijn hand, op zoek naar het lichaam van de indiaanse aanvoerder, met het voornemen diens hoofd op een staak te zetten en bij de ingang van de missie te plaatsen, ter ontmoediging van eenieder die op het idee zou kunnen komen zijn voorbeeld te volgen. | | 1. | | ZORRO: OP WEG NAAR ZIJN LOTSBESTEMMING — ISABEL ALLENDE Hij vond hem op de plek waar hij was neergevallen. Het was nauwelijks meer dan een armzalig hoopje, badend in zijn eigen bloed. Met een ruk trok hij hem de wolfskop af en met de punt van zijn voet draaide hij het lichaam om, dat nu veel kleiner leek dan toen er een lans bovenuit had gestoken. De kapitein, nog blind van woede en nahijgend van de inspanning van de strijd, greep het opperhoofd bij zijn lange haren en hief de sabel om zijn hoofd er met één houw af te hakken, maar voordat hij zijn arm omhoog kon doen opende de gevallene zijn ogen en keek hem met een onverwacht nieuwsgierige blik aan.
‘Heilige Maagd, hij leeft!’ riep De la Vega uit, terwijl hij een stap achteruit deed.
Wat hem verbaasde was niet zozeer het feit dat zijn tegenstander nog ademhaalde, als wel die prachtige ogen in dat met bloed en oorlogskleuren bedekte gezicht, enorme honingbruine ogen met dichte wimpers, de heldere ogen van een hert. De la Vega liet de sabel vallen, knielde neer, schoof zijn hand onder de nek en hielp hem voorzichtig overeind. De hertenogen sloten zich en er ontsnapte de indiaan een diepe zucht. De kapitein keek om zich heen en begreep dat zij de enigen waren in die hoek van de kerk, heel dicht bij het altaar. | | 2. | | ZORRO: OP WEG NAAR ZIJN LOTSBESTEMMING — ISABEL ALLENDE In een opwelling tilde hij de gewonde op met de bedoeling hem over zijn schouder te leggen, maar de man bleek veel lichter dan hij had verwacht. Hij nam hem als een kind in zijn armen, en zijn weg zoekend tussen de zandzakken, stenen, wapens en de lichamen van de doden die nog niet door de missionarissen waren weggehaald, ging hij de kerk uit, het licht in van die najaarsdag die hem de rest van zijn leven bij zou blijven.
‘Hij leeft nog, pater,’ kondigde hij aan, terwijl hij de gewonde op de grond legde.
‘Dat verandert niets aan zijn lot, kapitein, want nu zullen we hem moeten terechtstellen,’ antwoordde pater Mendoza, die inmiddels een hemd als een tulband om zijn hoofd had gewikkeld om het bloeden van de wond te stelpen.
Alejandro de la Vega heeft nooit kunnen verklaren waarom hij, in plaats van gebruik te maken van dat moment en zijn vijand de kop af te hakken, op zoek ging naar water en doeken om hem te wassen. Geassisteerd door een bekeerlinge scheidde hij de zwarte bos haar en spoelde de langgerekte wond uit, die in contact met het water weer hevig begon te bloeden. Hij betastte de schedel en constateerde dat het een smerige snee was maar dat het bot niet was beschadigd. | | 3. | | ZORRO: OP WEG NAAR ZIJN LOTSBESTEMMING — ISABEL ALLENDE Hij had in de oorlog heel wat ergere dingen gezien. Pater Mendoza had een voorraadje paardenharen en kromme naalden – normaal werden die gebruikt om stromatrassen mee te naaien – in tequila te weken gelegd om de gewonden mee op te kunnen lappen. De kapitein nam een naald en een paardenhaar en naaide de dichtbehaarde huid dicht. Daarna waste hij het gezicht van het opperhoofd. Het viel hem op dat hij een lichte huid en fijnbesneden trekken had. Toen hij met zijn sabel de bebloede tuniek van wolfsbont openreet om te zien of de indiaan nog meer verwondingen had, kon hij een kreet niet onderdrukken.
‘Maar… het is een vrouw!’ riep hij ontzet uit.
Pater Mendoza en de anderen stroomden haastig toe en staarden stomverbaasd naar de maagdelijke borsten van de krijger.
‘Dit maakt het veel moeilijker hem ter dood te brengen…’ zuchtte pater Mendoza. | | 4. |
español
EL ZORRO: COMIENZA SU DESTINO — ISABEL ALLENDE El Padre Mendoza se arremangó la sotana empapada en sangre y procedió a devolver la normalidad a su Misión, sin darse cuenta que había perdido una oreja y la sangre no era de sus adversarios, sino suya. Sacó la cuenta de sus mínimas pérdidas y elevó al cielo una doble plegaria para dar gracias por el triunfo y pedir perdón por haber perdido de vista la compasión cristiana en el entusiasmo de la pelea. Dos de sus soldados sufrieron heridas menores y uno de los misioneros tenía un brazo traspasado por una flecha. La única muerte a lamentar fue la de una de las muchachas que cargaban las armas, una indiecita de quince años que quedó tendida boca arriba, con el cráneo destrozado por un garrotazo y una expresión de sorpresa en sus grandes ojos sombríos. Mientras el Padre Mendoza organizaba a los suyos para apagar los incendios, atender a los heridos y enterrar a los muertos, el capitán Alejandro de la Vega, con un sable ajeno en la mano, recorría la nave de la iglesia buscando el cadáver del jefe indio, con la idea de ensartar su cabeza en una pica y plantarla a la entrada de la Misión, para desanimar a cualquiera que acariciara la idea de seguir su ejemplo. Lo encontró donde había caído. | | 1. | | EL ZORRO: COMIENZA SU DESTINO — ISABEL ALLENDE Era apenas un bulto patético encharcado en su propia sangre. De un manotazo le arrancó la cabeza de lobo y con la punta del pie volteó el cuerpo, mucho más pequeño de lo que parecía cuando enarbolaba una lanza. El capitán, todavía ciego de rabia y jadeando por el esfuerzo del combate, cogió al jefe por la larga cabellera y levantó el sable para decapitarlo de un solo tajo, pero antes que alcanzara a bajar el brazo, el caído abrió los ojos y lo miró con una inesperada expresión de curiosidad.
“¡Santa Virgen María, está vivo!” exclamó De la Vega, dando un paso atrás.
No lo sorprendió tanto que su enemigo aún respirara, como la belleza de sus ojos color caramelo, alargados, de tupidas pestañas, los ojos diáfanos de un venado en ese rostro cubierto de sangre y pintura de guerra. De la Vega soltó el sable, se arrodilló y le pasó la mano bajo la nuca, incorporándolo con cuidado. Los ojos de venado se cerraron y un gemido largo escapó de su boca. El capitán echó una mirada a su alrededor y comprendió que estaban solos en ese rincón de la iglesia, muy cerca del altar. Obedeciendo a un impulso, levantó al herido con ánimo de echárselo al hombro, pero resultó mucho más liviano de lo esperado. | | 2. | | EL ZORRO: COMIENZA SU DESTINO — ISABEL ALLENDE Lo cargó en brazos como a un niño, sorteó los sacos de arena, las piedras, las armas y los cuerpos de los muertos, que aún no habían sido retirados por los misioneros, y salió de la iglesia a la luz de ese día de otoño, que recordaría por el resto de su vida.
“Está vivo, Padre,” anunció, depositando al herido en el suelo.
“En mala hora, capitán, porque igual tendremos que ajusticiarlo,” replicó el Padre Mendoza, quien ahora llevaba una camisa enrollada en torno a la cabeza, como un turbante, para restañar la sangre de la oreja cortada.
Alejandro de la Vega nunca pudo explicar por qué en vez de aprovechar ese momento para decapitar a su enemigo, partió a buscar agua y unos trapos para lavarlo. Ayudado por una neófita separó la melena negra y enjuagó el largo corte, que en contacto con el agua volvió a sangrar profusamente. Palpó el cráneo con los dedos, verificando que había una herida inflamada, pero el hueso estaba intacto. En la guerra había visto cosas mucho peores. Cogió una de las agujas curvas para hacer colchones y los crines de caballo, que el Padre Mendoza había puesto a remojar en tequila para remendar a los heridos, y cosió el cuero cabelludo. Después lavó el rostro del jefe, comprobando que la piel era clara y las facciones delicadas. | | 3. | | EL ZORRO: COMIENZA SU DESTINO — ISABEL ALLENDE Con su daga rasgó la ensangrentada túnica de piel de lobo para ver si había otras heridas y entonces un grito se le escapó del pecho.
“¡Es una mujer!” exclamó espantado.
El Padre Mendoza y los demás acudieron de prisa y se quedaron contemplando, mudos de asombro, los pechos virginales del guerrero.
"Ahora será mucho más difícil darle muerte…” suspiró al fin el Padre Mendoza. | | 4. |
|