De bekende wereld
Edward P. Jones Querido, Amsterdam, 2005 vertaling: Marian Lameris
oorspronkelijk verschenen als: The Known World uitgeverij: Querido, Amsterdam
verwijzingen vanuit: Beminde Toni Morrison
Sonny Boy Annejet van der Zijl
Andere boekfragmenten: boekfragment: De nacht in Olaf Olafsson
boekfragment: Vita Melania Mazzucco
boekfragment: Kampvuur Julia Franck
boekfragment: Klein verhaal van een grote gekte Rob Kappen
boekfragment: Onder de vulkaan Malcolm Lowry
boekfragment: Callahan en andere gedaanten Onno Kosters
boekfragment: Lezen &cetera - gids voor de wereldliteratuur Pieter Steinz
boekfragment: Bankvlees Jan van Loy
boekfragment: Onder het vee Rutger Kopland
boekfragment: Een man in de tuin Rutger Kopland
boekfragment: De Amerikaan die ik nooit geweest ben Chris Keulemans
boekfragment: De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha Miguel de Cervantes Saavedra
boekfragment: Terug naar huis Natasha Radojcic
boekfragment: Dansen met de kippen Jim Heynen
boekfragment: Rondo veneziano Gerrit Krol
boekfragment: De rokken van Joy Scheepmaker Gerrit Krol
boekfragment: De egyptoloog Arthur Phillips
boekfragment: Praag Arthur Phillips
boekfragment: Verkleed als mens Wouter van Oorschot
boekfragment: De bekende wereld Edward P. Jones
boekfragment: Zorro: op weg naar zijn lotsbestemming Isabel Allende
boekfragment: De laatste raamgiraf Péter Zilahy
boekfragment: De hut van oom Tom Harriet Beecher Stowe
boekfragment: Ragtime E.L. Doctorow
boekfragment: Langzaam lopen is al verdacht Arjan Peters
boekfragment: Het Vijftig Jaars Zwaard Mark Z. Danielewski
boekfragment: Purgatorio John Haskell
boekfragment: De rusteloze supermarkt Ivan Vladislavic
boekfragment: Zuidwester meningen D. Hooijer
boekfragment: Afgunst Kathryn Harrison
boekfragment: Watt Samuel Beckett
boekfragment: Sonny Boy Annejet van der Zijl
boekfragment: Bittere vruchten Achmat Dangor
boekfragment: Kreutzersonate Leo N. Tolstoy
boekfragment: Reis naar het einde van de nacht Louis-Ferdinand Céline
boekfragment: Vreemd Bob Rigter
boekfragment: Gloed Sándor Márai
boekfragment: Handboek voor de levenskunst Wilhelm Schmid
boekfragment: Boetekleed Ian McEwan
boekfragment: In Babylon Marcel Möring
boekfragment: Lezen op locatie Pieter Steinz
boekfragment: Het web van de wereldliteratuur Pieter Steinz
boekfragment: Zwarte Mamba Nadifa Mohamed
boekfragment: Eekhrn zkt eekhrn David Sedaris
|
Nederlands
DE BEKENDE WERELD — EDWARD P. JONES De avond waarop zijn meester overleed, werkte hij weer lang door nadat hij de dag had beëindigd voor de andere volwassenen, onder wie zijn eigen vrouw, en ze hongerig en vermoeid naar hun hutten had laten gaan. De kinderen, onder wie zijn zoon, hadden ongeveer een uur eerder dan de volwassenen het veld mogen verlaten om het late avondmaal klaar te maken en, als er tijd genoeg was, te spelen in de paar minuten zonneschijn die nog restten. Toen hij, Moses, zich eindelijk bevrijdde van het oude, verweerde tuig dat hem verbond met de oudste muilezel die zijn meester bezat, was er van de zon niet meer over dan een vijftien centimeter lange oranjerode herinnering die in roerloze golven tussen twee bergen links en één rechts langs de horizon lag. Hij was veertien volle uren op het veld geweest. Voordat hij het veld verliet bleef hij even staan, en de avondstilte vouwde zich om hem heen. De muilezel rilde, verlangde naar huis en naar rust. Moses sloot zijn ogen, bukte zich, nam een beetje aarde tussen duim en vinger en at het net zo achteloos op alsof het een stukje maïsbrood was. Hij bewoog de aarde door zijn mond en slikte, met zijn hoofd achterover, en hij opende zijn ogen net op tijd om het streepje zon te zien verschieten tot donkerblauw en toen tot niets. | | 1. | | DE BEKENDE WERELD — EDWARD P. JONES Hij was de enige man in het land, slaaf of vrije, die aarde at, maar terwijl de slavinnen, vooral als ze zwanger waren, het aten uit een of andere onbegrijpelijke behoefte, om iets wat askoeken, appels en rugspek hun lichaam niet gaven, at hij het niet alleen om erachter te komen wat de sterke en zwakke eigenschappen van het veld waren, maar omdat hij door het te eten een band kreeg met het enige in zijn kleine wereld dat bijna evenveel betekende als zijn eigen leven.
Het was nu juli, en juli-aarde smaakte nog meer naar gezoet metaal dan de aarde van juni of mei. Er was iets in de groeiende gewassen dat een metaalachtig leven verspreidde dat pas half augustus begon te verdwijnen, en aan het begin van de oogsttijd zou dat leven helemaal weg zijn, vervangen door een zure mufheid die hij in verband bracht met de nadering van herfst en winter, het einde van een relatie die hij begonnen was met zijn eerste hap aarde in maart, voor de eerste hevige voorjaarsregen. Nu de zon was verdwenen, de maan niet scheen en het donker hem aangenaam omsloot, liep hij naar het eind van de rij, terwijl hij de muilezel vasthield aan zijn staart. Op de open plek liet hij de staart los en liep voor de muilezel uit naar de stal. | | 2. | | DE BEKENDE WERELD — EDWARD P. JONES
De muilezel volgde hem, en toen hij het dier had klaargemaakt voor de nacht en weer buiten kwam, rook Moses dat er regen kwam. Hij haalde diep adem, voelde het door zich heen stromen. Hij dacht dat hij alleen was en glimlachte. Hij knielde om dichter bij de aarde te zijn en haalde nog eens diep adem. Na een tijd, toen het effect minder begon te worden, stond hij op en liep, voor de derde keer die week, weg van het pad naar het smalle straatje tussen de slavenverblijven waar iedereen woonde en waar zijn eigen hut was, met zijn vrouw en zijn zoon. Zijn vrouw wist nu wel dat ze niet op hem moest wachten om samen te eten. Op avonden dat de maan scheen kon hij wat rook zien opstijgen uit de wereld die het straatje was – thuis, eten, rust en wat in veel hutten doorging voor een gezinsleven. Hij draaide zijn hoofd iets naar rechts en dacht dat hij vaag het geluid van spelende kinderen hoorde, maar toen hij zijn hoofd weer terugdraaide, hoorde hij veel duidelijker de laatste vogel van de dag die zijn avondlied tjilpte in het stukje bos ver naar links.
Hij liep rechtdoor, helemaal naar de rand van de maïsvelden, naar een stukje bos waarin nooit iets van waarde had willen groeien vanaf de dag dat zijn meester het had gekocht van een blanke die failliet was gegaan en terugging naar Ierland. | | 3. | | DE BEKENDE WERELD — EDWARD P. JONES ‘Het ging me daar goed,’ loog die man tegen zijn familie in Ierland, terwijl zijn stervende vrouw gebogen naast hem stond, ‘maar ik verlangde naar jullie allemaal en naar de overvloed van mijn geboorteland.’ In het stukje bos van niet veel meer dan een hectare groeiden wel een soort zacht, blauw gras dat dieren lieten staan, en veel bomen die niemand kon thuisbrengen. Vlak voordat Moses in het bos kwam, begon het te regenen en terwijl hij doorliep ging het harder regenen. Verder het bos in stroomde de regen met bakken tussen de bomen en de grote zomerbladeren door, en na een tijdje bleef Moses staan, hield zijn handen op en liet er wat water in lopen waarmee hij zijn gezicht natmaakte. Toen kleedde hij zich naakt uit en ging liggen. Om de regen niet in zijn neus te laten lopen rolde hij zijn hemd op en legde het onder zijn hoofd zodat het net hoog genoeg lag om de regen over zijn gezicht omlaag te laten lopen. Toen hij een oude man was en zijn lichaam geketend was door reumatiek, zou hij terugkijken en denken dat die ketenen te wijten waren aan avonden als deze, en aan nachten waarin hij zichzelf volledig kwijtraakte, in slaap viel en pas ’s ochtends bij zinnen kwam, bedekt met dauw. | | 4. | | DE BEKENDE WERELD — EDWARD P. JONES
De grond was bijna doordrenkt. Het leek of de harde regen bij het vallen zachter werd door de bladeren, en zijn lichaam en zijn gezicht niet krachtiger raakte dan licht tikkende vingers. Hij opende zijn mond; het kwam niet vaak voor dat hij en de regen elkaar zo troffen. Zijn ogen waren open gebleven, en nadat hij zoveel had opgevangen als hij kon zonder zijn hoofd te draaien, pakte hij zijn ding en deed het. Toen hij klaar was, na een paar rukken, sloot hij zijn ogen, draaide zich op zijn zij en doezelde. Na ongeveer een halfuur hield de regen plotseling op en dompelde alles in stilte, en van die stilte werd hij wakker. Met de gebruikelijke tegenzin kwam hij overeind. Zijn lichaam zat onder de modder en bladeren en rommel, want de regen had een wind door het bos gejaagd. Hij veegde zich af met zijn broek en herinnerde zich dat de vorige keer dat het regende toen hij daar was, de regen lang genoeg had geduurd om hem schoon te spoelen. Hij was toen vervuld geweest van een nog groter geluk en had gelachen en almaar rondgedraaid in wat iemand die hem zag misschien een dans genoemd zou hebben. Hij wist het niet, maar nu stond Alice, een vrouw van wie gezegd werd dat ze haar verstand verloren had, naar hem te kijken; het was de eerste keer in de zes maanden dat ze ’s nachts ronddwaalde dat ze hem was tegengekomen. | | 5. | | DE BEKENDE WERELD — EDWARD P. JONES Als hij had geweten dat ze er was, zou hij gedacht hebben dat ze niet genoeg benul had om te begrijpen wat er gebeurde, zo hard was ze volgens de verhalen door de muilezel getrapt op de plantage in een afgelegen district waarvan alleen zij zich de naam herinnerde. In haar heldere ogenblikken, die erg schaars waren sinds de dag dat Moses’ meester haar had gekocht, kon Alice alles navertellen van de zondag dat de muilezel haar tegen haar hoofd trapte en alle gezond verstand eruit slingerde. Niemand twijfelde aan haar verhaal omdat het zo levendig, zo tragisch was – ook zij was een slavin zonder vrijheid en nu was haar geest zo verward dat ze ’s nachts ronddwaalde als een koe zonder bel. Niemand wist genoeg van de plantage waar ze vandaan kwam om te weten dat haar vroegere meester doodsbang was voor muilezels en ze niet op zijn plantage wilde hebben, dat hij zelfs afbeeldingen en boeken met muilezels had verbannen uit zijn kleine wereld.
Moses liep het bos uit, nog meer duisternis in, naar de slavenverblijven, en had geen maan nodig om zijn pad te verlichten. Hij was vijfendertig jaar en ieder moment van die jaren was hij iemands slaaf geweest, de slaaf van een blanke en daarna de slaaf van een andere blanke en nu, al bijna tien jaar, de slaaf en opzichter van een zwarte meester. | | 6. | | DE BEKENDE WERELD — EDWARD P. JONES | | 7. |
|