Klein verhaal van een grote gekte
Rob Kappen Ambo|Anthos, Amsterdam,
verwijzing vanuit: Onder de vulkaan Malcolm Lowry
Andere boekfragmenten: boekfragment: De nacht in Olaf Olafsson
boekfragment: Vita Melania Mazzucco
boekfragment: Kampvuur Julia Franck
boekfragment: Klein verhaal van een grote gekte Rob Kappen
boekfragment: Onder de vulkaan Malcolm Lowry
boekfragment: Callahan en andere gedaanten Onno Kosters
boekfragment: Lezen &cetera - gids voor de wereldliteratuur Pieter Steinz
boekfragment: Bankvlees Jan van Loy
boekfragment: Onder het vee Rutger Kopland
boekfragment: Een man in de tuin Rutger Kopland
boekfragment: De Amerikaan die ik nooit geweest ben Chris Keulemans
boekfragment: De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha Miguel de Cervantes Saavedra
boekfragment: Terug naar huis Natasha Radojcic
boekfragment: Dansen met de kippen Jim Heynen
boekfragment: Rondo veneziano Gerrit Krol
boekfragment: De rokken van Joy Scheepmaker Gerrit Krol
boekfragment: De egyptoloog Arthur Phillips
boekfragment: Praag Arthur Phillips
boekfragment: Verkleed als mens Wouter van Oorschot
boekfragment: De bekende wereld Edward P. Jones
boekfragment: Zorro: op weg naar zijn lotsbestemming Isabel Allende
boekfragment: De laatste raamgiraf Péter Zilahy
boekfragment: De hut van oom Tom Harriet Beecher Stowe
boekfragment: Ragtime E.L. Doctorow
boekfragment: Langzaam lopen is al verdacht Arjan Peters
boekfragment: Het Vijftig Jaars Zwaard Mark Z. Danielewski
boekfragment: Purgatorio John Haskell
boekfragment: De rusteloze supermarkt Ivan Vladislavic
boekfragment: Zuidwester meningen D. Hooijer
boekfragment: Afgunst Kathryn Harrison
boekfragment: Watt Samuel Beckett
boekfragment: Sonny Boy Annejet van der Zijl
boekfragment: Bittere vruchten Achmat Dangor
boekfragment: Kreutzersonate Leo N. Tolstoy
boekfragment: Reis naar het einde van de nacht Louis-Ferdinand Céline
boekfragment: Vreemd Bob Rigter
boekfragment: Gloed Sándor Márai
boekfragment: Handboek voor de levenskunst Wilhelm Schmid
boekfragment: Boetekleed Ian McEwan
boekfragment: In Babylon Marcel Möring
boekfragment: Lezen op locatie Pieter Steinz
boekfragment: Het web van de wereldliteratuur Pieter Steinz
boekfragment: Zwarte Mamba Nadifa Mohamed
boekfragment: Eekhrn zkt eekhrn David Sedaris
|
Nederlands
KLEIN VERHAAL VAN EEN GROTE GEKTE — ROB KAPPEN Abuela knikt meewarig als ik haar vertel over het merkwaardige gedrag van mijn zussen, hun veranderde opvattingen en het logische gevolg daarvan, hun luid bejubelde zwangerschappen. Net zoals de rest van mijn familie heeft zij een haast obsessieve fascinatie voor kinderen.
‘Zo belangrijk, zo belangrijk, kinderen,’ zegt ze.
Ik schud mijn hoofd.
‘Als jij kinderen zou hebben, José Manuel, zou je je eindelijk eens druk gaan maken over de dingen in het leven die er echt toe doen. Jij denkt te veel na over alles, José Manuel, dat is jouw probleem. Kinderen, die zouden je wel aan het werk zetten.’
‘Dan zou ik toch eerst een vrouw moeten hebben,’ zeg ik smalend.
‘Je moet een meisje zoeken, een leuk meisje. Kijk om je heen, José Manuel. Ook hier in Ríaboa hebben we leuke meisjes. Niet?’
‘Claro.’
Dat is voor abuela voldoende om te besluiten liever een andere keer verder te praten over dit voorname, haast sacrale onderwerp. Ze staat op en betaalt Luis de twee flesjes fanta limón en geeft hem een propina voor de pinchos. Voordat ze weggaat, vraagt ze of ik thuis kom eten. Ik zeg haar dat ik in een restaurant of bar ga eten en dat ik haar vanavond wel weer zie, als ik naar huis ga. | | 1. | | KLEIN VERHAAL VAN EEN GROTE GEKTE — ROB KAPPEN Abuela knikt en verlaat bar Tontín. Ze schudt haar hoofd om zo veel eigenwijsheid. Voordat ze weg is, pak ik het manuscript uit mijn tas en ik vraag haar nogmaals wie het geschreven heeft.
Abuela houdt stil op de drempel. ‘Wie denk je, José Manuel? Wie zou dit geschreven hebben?’
Ik haal mijn schouders op.
‘Ik heb je verteld van wie het is. Het is aan jou om het te geloven of niet.’
Ik glimlach en weet niet wat ik ervan moet vinden. Abuela loopt met opgeheven hoofd de straat in, trots op haar afkomst en idealen. Met een weemoedig gevoel in mijn maag kijk ik haar na. Zeventig jaar leven. Zeventig jaar geheimen, verzwegen, zwarte bladzijden. Het is de eerste keer dat ik bij abuela naar binnen heb kunnen kijken. Een bijzondere ervaring – het zien van het licht in de ander. Ik vraag me af waarom dit zo moeilijk voor me is, waarom het zo donker in mij is en of ik daarom wegvlucht in de wereld in mijn hoofd, alsof ik daar rust zou kunnen vinden, alsof ik daar voor één keer niet zou hoeven rennen.
Can you run away from yourself?
Het boeddhisme is een godsdienst zonder God. Conchita een God zonder Kerk. Precies goed dus. Het Heilige Moeten, daar heb ik het over. Het Heilige Moeten, het hoe dan ook doen, zelfs als je er eigenlijk geen zin in hebt. | | 2. | | KLEIN VERHAAL VAN EEN GROTE GEKTE — ROB KAPPEN Wat heb je echter te willen met Conchita? Het is niet zo dat ik dit verlangen, deze begeestering, deze dolle dagen wíl. Maar er is weinig tegen in te brengen. Ik wacht op haar – een leven lang. Ze zeggen dat Jezus het water zo vertrouwde dat hij erop durfde lopen. Ik denk dat Conchita niet te vertrouwen is, ik vermoed dat ze me opnieuw zal verlaten en ik weet dat ik dan weer in haar zal gaan geloven, tegen beter weten in. Kunnen wij definiëren wat wijs is? Een hond die naar zichzelf jankt, wellicht. Gautama Siddharta zat jarenlang onder een boom, misschien wel tien of twaalf jaar. Wie was uiteindelijk verlicht? Hij of de boom? Same same, but different.
Ik ben de boom.
Waar ik ben, zal kennis groeien.
Dit wachten is verschrikkelijk. Het is even erg als de daden van Vicente del Abasque. Het is erger dan het verraad van tante Lucienda aan haar familie. En het is vele malen erger dan de pochzucht van mijn overgrootvader, de gouverneur van Galicia, de rechter aan het Gerechtshof te Vigo. Zou er iemand zijn in mijn familie die weet hoe het is om zo te wachten? El fiero heeft het geweten, zijn hele leven. Ik weet zeker dat abuela dit niet snapt. Het is vreemd om te zien hoe de relaties tussen verwanten werken. | | 3. | | KLEIN VERHAAL VAN EEN GROTE GEKTE — ROB KAPPEN Dit laat zich niet eenduidig verklaren, maar het is het enige wat ertoe doet. Hierin laten we ons leiden door onze intuïtie, het aanvoelen van verbanden. Maar hoe kun je een ander kennen als je jezelf niet kent? Ik weet het niet. Ik weet het niet en wacht. Bleibet hier und wachet mit mir.
Het loopt tegen tienen en de duisternis is een sobere, donkerrode poncho die Ríaboa schoorvoetend en twijfelend over zich heen trekt. Uiteindelijk bezwijkt de stad voor het donker, omdat de nacht zonder poncho wel erg koud is. Op Pepe Frouxo en mij na is bar Nuevo leeg. Frouxo heeft me de hele namiddag ellenlange verhalen verteld over zijn vader, Pepe de Knoflookworstjeseter zaliger. We zitten alweer een uur naar een film met Arnold Schwarzenegger te kijken. Een prachtige film is het. Met veel extreem geweld, dat er goed inhakt en blijft hangen, zodat Frouxo er het zwijgen toe doet. Ik koester de momenten van overdadige agressie op televisie.
Als ik naar buiten kijk, ril ik. Het lijkt alsof de duisternis met het stadje ook bezit neemt van mij. Met trillende vingers druk ik mijn zoveelste Lucky Strike uit in de overvolle asbak, zwanger van verbranding. Frouxo’s linkerooglid maakt zenuwachtige, trekkende bewegingen. | | 4. | | KLEIN VERHAAL VAN EEN GROTE GEKTE — ROB KAPPEN De hitte hangt nog steeds als een gonzende didgeridoo in het café. Mosquitos dwarrelen dwaas en onnozel zoemend hun dood tegemoet in een vonkende vliegenvanger. Zonder zijn ogen een moment van het beeldscherm te halen, schenkt de Man Zonder Schaduw een glas voor me in. Zijn bezoedelde theedoek zakt daarbij een moment van zijn schouder. Pas als enkele minuten later de annuncios het cinefiel genot onderbreken, wordt er gesproken.
‘Hombre, ik ga even naar het toilet. Let op de tent als je wilt.’
En weg schiet hij, het ranzige toilet in. Het eerste wat ik doe, is het volume van de televisie lager zetten. Een weldadige rust daalt neer over bar Nuevo. Zo staar ik enkele seconden om me heen, tot ik iemand het café hoor binnenlopen. Ik draai me om, en als ik hem in de deuropening zie staan, is het net alsof ik in slowmotion een herhaling zie. De peregrino. De franciscaner monnik die me gisteravond zijn wandelstaf en hoed met schelp aanbood. Vriendelijk steekt hij zijn hand naar me op. Ik reageer een beetje verdwaasd – schudt enkele malen ongecontroleerd mijn hoofd.
‘Ik dacht wel dat ik je hier zou vinden,’ zegt hij.
‘O,’ antwoord ik zachtjes.
Hij loopt het café in en komt naast me aan de bar zitten, zonder te vragen of ik dat goed vind. | | 5. | | KLEIN VERHAAL VAN EEN GROTE GEKTE — ROB KAPPEN Vaderlijk knikt hij me toe.
‘Wie bent u eigenlijk?’ vraag ik.
‘Ze noemen me Padre Gaizka.’
‘O,’ zeg ik, opnieuw zachtjes.
Hij glimlacht. ‘Bist du Deutsch?’
‘Ja,’ zeg ik.
Natuurlijk ben ik geen Duitser, maar na alle Ribeiro in bar Nuevo in Ríaboa is dat wel het laatste waar ik me druk om maak. Hij neemt me taxerend op.
‘Eigenlijk kom ik uit Nederland,’ zeg ik dan. ‘Gewoon uit Nederland.’
Ik slik. ‘Maar mijn ouders komen uit Galicia,’ ga ik snel verder, ‘Dus ik kom gewoon hier vandaan, hier uit Ríaboa.’
Voorzichtig legt hij een hand op de mijne. Een innemende glimlach volgt. ‘Ik was naar je op zoek, ik wil je helpen. Je ziet eruit alsof er iets verschrikkelijks met je is gebeurd.’
Mijn mond valt langzaam open en mijn handen beginnen onbedaarlijk te trillen.
‘Zeg maar niets, Manu. Dat lijkt me het beste.’
Ik knik.
‘Ik laat de hoed met schelp en wandelstaf hier. Voor jou, als je straks naar de Almeda gaat. Niet vergeten, hè?’
Hij staat op, legt zijn hoed op de bar en zet zijn wandelstaf tegen de kruk. Met rustige, kordate stappen loopt hij bar Nuevo uit. Juist als hij een voet buiten de deur wil zetten, bedenkt hij zich en komt schoorvoetend terug. | | 6. | | KLEIN VERHAAL VAN EEN GROTE GEKTE — ROB KAPPEN
‘Manu,’ zegt hij, ‘denk je dat je in mijn uitgestrekte hand het kruisteken kunt maken?’
Met een soepele beweging strekt hij zijn arm voor zich uit, draait zijn hand om en opent deze. ‘In mijn hand, Manu.’
Ik kijk hem ontzet aan. ‘Nee,’ zeg ik, ‘nee, dat doe ik niet.’
Het is even stil. ‘Daar was ik al bang voor.’
Met lichte teleurstelling trekt hij zijn hand terug, draait zich om, loopt opnieuw naar buiten en verdwijnt in het donker. Een paar tellen later hoor ik hoe Frouxo het toilet doortrekt en weer even later zie ik hoe hij verbaasd naast me staat. Met grote, glimmende ogen bekijkt hij de wandelstaf tegen de kruk en de hoed met schelp voor me op de bar.
‘Hé Manu,’ grinnikt hij, ‘ga je naar Santiago?’
Ik sta op en werp een biljet van vijfduizend peseta op de tapkast. Met een onhandige, dronken beweging grijp ik de wandelstaf en de hoed en waggel de bar uit.
‘Laat maar zitten,’ mompel ik tegen Frouxo als hij het biljet oppakt.
‘Hé,’ zegt Frouxo. ‘Hé Manu, de film is nog niet afgelopen.’
Ik ben al buiten.
De Almeda is verlaten. Bijna een uur heb ik aan de stenen tafel zitten wachten. Mijn hoofd voorovergebogen, te dronken om het recht te houden. In vol pelgrimsornaat zit ik in het park. | | 7. | | KLEIN VERHAAL VAN EEN GROTE GEKTE — ROB KAPPEN Klaar om tot actie over te gaan. Hoed op, wandelstaf paraat in mijn rechterhand. Conchita is nergens te bekennnen. Het enige geluid dat ik waarneem, is het ruisen van de waterval. Ik hoor het gekletter en denk terug aan mijn laatste dag in Madrid, vijf jaar geleden. Een ontzettende, allesvernietigende knal van het woeste water wierp me wreed terug de wereld in. | | 8. |
|