the ledge files
the ledge - nl - uk
nieuw
zoeken
gesprekken
boeken
Handboek voor de levenskunst

Wilhelm Schmid
Ambo|Anthos, Amsterdam, 2004
vertaling: Willem Visser

oorspronkelijk verschenen als:
Mit sich selbst befreundet sein
2004, uitgeverij: Suhrkamp, Frankfurt am Main



Andere boekfragmenten:
boekfragment:
De nacht in
Olaf Olafsson

boekfragment:
Vita
Melania Mazzucco

boekfragment:
Kampvuur
Julia Franck

boekfragment:
Klein verhaal van een grote gekte
Rob Kappen

boekfragment:
Onder de vulkaan
Malcolm Lowry

boekfragment:
Callahan en andere gedaanten
Onno Kosters

boekfragment:
Lezen &cetera - gids voor de wereldliteratuur
Pieter Steinz

boekfragment:
Bankvlees
Jan van Loy

boekfragment:
Onder het vee
Rutger Kopland

boekfragment:
Een man in de tuin
Rutger Kopland

boekfragment:
De Amerikaan die ik nooit geweest ben
Chris Keulemans

boekfragment:
De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha
Miguel de Cervantes Saavedra

boekfragment:
Terug naar huis
Natasha Radojcic

boekfragment:
Dansen met de kippen
Jim Heynen

boekfragment:
Rondo veneziano
Gerrit Krol

boekfragment:
De rokken van Joy Scheepmaker
Gerrit Krol

boekfragment:
De egyptoloog
Arthur Phillips

boekfragment:
Praag
Arthur Phillips

boekfragment:
Verkleed als mens
Wouter van Oorschot

boekfragment:
De bekende wereld
Edward P. Jones

boekfragment:
Zorro: op weg naar zijn lotsbestemming
Isabel Allende

boekfragment:
De laatste raamgiraf
Péter Zilahy

boekfragment:
De hut van oom Tom
Harriet Beecher Stowe

boekfragment:
Ragtime
E.L. Doctorow

boekfragment:
Langzaam lopen is al verdacht
Arjan Peters

boekfragment:
Het Vijftig Jaars Zwaard
Mark Z. Danielewski

boekfragment:
Purgatorio
John Haskell

boekfragment:
De rusteloze supermarkt
Ivan Vladislavic

boekfragment:
Zuidwester meningen
D. Hooijer

boekfragment:
Afgunst
Kathryn Harrison

boekfragment:
Watt
Samuel Beckett

boekfragment:
Sonny Boy
Annejet van der Zijl

boekfragment:
Bittere vruchten
Achmat Dangor

boekfragment:
Kreutzersonate
Leo N. Tolstoy

boekfragment:
Reis naar het einde van de nacht
Louis-Ferdinand Céline

boekfragment:
Vreemd
Bob Rigter

boekfragment:
Gloed
Sándor Márai

boekfragment:
Handboek voor de levenskunst
Wilhelm Schmid

boekfragment:
Boetekleed
Ian McEwan

boekfragment:
In Babylon
Marcel Möring

boekfragment:
Lezen op locatie
Pieter Steinz

boekfragment:
Het web van de wereldliteratuur
Pieter Steinz

boekfragment:
Zwarte Mamba
Nadifa Mohamed

boekfragment:
Eekhrn zkt eekhrn
David Sedaris



the ledge - flash versie*

*
Nederlands

HANDBOEK VOOR DE LEVENSKUNST — WILHELM SCHMID

De vormgeving van het gezicht: over de plastische kracht van het leven

Als een beeldhouwer vormt het ik zichzelf en zijn leven: zo stelde Epictetus zich de levenskunst voor (Diatriben, 1, 15). Maar tot de kunst des levens behoort ook de omkering van deze verhouding: de ‘kunstenaar’ gaat aan de kant staan, en nu is het ‘het leven’ dat helemaal als een beeldhouwer het ik vormt. Alleen zo kan worden verklaard dat menig ik anderen als uit steen gehouwen voorkomt. Wie heeft er aan dat ik gewerkt? Kennelijk beschikt ‘het leven’ zelf over vormende krachten, en het instrumentarium waarmee het werkt zijn de ervaringen, ontmoetingen, verlangens, teleurstellingen, pijn en genoegens die het geeft. Zo kan het de lippen optrekken tot een volle mond of rechttrekken tot een dunne lijn; het buigt de mondhoeken lachend naar boven of bedroefd naar beneden; het brengt de wenkbrauwen verbaasd naar boven en laat de oogleden vermoeid zakken; het trekt rimpeltjes en rimpels in het voorhoofd en verdiept ze in de loop van de tijd, al naargelang de gebruiksfrequentie van de spieren die eronder verborgen liggen. Dat gebruik heeft op de lange duur onvermijdelijk een vormende invloed op de verschijningsvorm van de mens, op zijn gezicht en op zijn houding, op zijn bewegingen en zijn mimiek.
1.

 
HANDBOEK VOOR DE LEVENSKUNST — WILHELM SCHMID

Alle leven tekent zich af in het gezicht, ook de afwezigheid van leven. In dat perspectief zou het een probleem kunnen zijn als het gezicht te glad blijft, te glad voor een vervuld leven, dat meer van rimpels houdt: in die rimpels tekent zich het rijke landschap van het leven af.
Het gezicht is nog meer eigendom van het ik dan zijn naam, en toch is dat ik er niet eens de enige bewoner van. Hoe individueel de lijnen van het gezicht ook mogen lopen, toch zijn ze ‘cultureel geconstrueerd,’ doordrongen van de cultuur van een streek en een tijdperk: alleen aan de hand van de mimiek al kun je een ruimte en een tijd voor het gezicht bepalen. Het spreekt, ook als er niets wordt gezegd. Emmanuel Lévinas had alle reden om een complete ethiek op het gelaat te baseren, want alle ethiek blijft abstract, wanneer het gezicht ervan niet zichtbaar is. Een hermeneutiek van het gezicht kan de tekens interpreteren, de trekken van het gezicht cultureel en individueel duiden, waaruit treurigheid en vrolijkheid, verslagenheid en schranderheid spreken. Moeilijkheden, pijn, teleurstellingen, verboden wensen en onverzoenlijke haat liggen er diep in begraven. Naar buiten toe voegt het gezicht de uiteenlopende aspecten van het ik tot een eenheid samen, die er in het innerlijk in die vorm misschien niet is, en achter menig gezicht ziedt een verborgen vulkaan.
2.

 
HANDBOEK VOOR DE LEVENSKUNST — WILHELM SCHMID

Lichamelijk en psychisch gaat het om een deel van het ik dat naakt aan anderen wordt gepresenteerd. Het gezicht kan zich beschermen door een masker te worden, dat nauwelijks te doorzien is, soms ook voor het ik zelf, dat tegenover een vreemde staat als het in de spiegel kijkt. En zo begint het ik met twee gezichten te leven: met een ‘waar’ gezicht, dat maar weinigen te zien krijgen, en een ‘opgezet’ gezicht, dat het ik eventueel kan verliezen, zodat ‘gezichtsverlies’ het gevolg is.
De kunst van het gezicht bestaat erin dat je je gelaatstrekken vormgeeft, eerder op indirecte dan directe wijze. Een direct vormgeving vereist cosmetische middelen en operatieve ingrepen, en verder het aanleren van uitdrukkingen om het gezicht ‘in de plooi te krijgen.’ Bij de indirecte vormgeving daarentegen heeft het ik invloed op de constellatie van zijn leven, die terugwerkt op zijn constitutie: ontmoetingen worden opzettelijk gezocht om het samenzijn met bepaalde mensen op zich te laten inwerken, situaties kunnen gericht worden gestuurd om wenselijke ervaringen op te doen: de houding wordt vastgesteld die kan worden ingenomen ten opzichte van wat het ik ‘de baas wil worden.’ Bepaalde gevoelens krijgen daardoor alle ruimte, andere worden ingedamd; op hun beurt beïnvloeden ze de ziel, die wederom in het gezicht te voorschijn komt – een weg dus van buiten naar binnen en weer naar buiten.
3.

 
HANDBOEK VOOR DE LEVENSKUNST — WILHELM SCHMID

Het uitgangspunt ligt echter in het innerlijk van het ik, dat hartstochten ruimte geeft, om bijvoorbeeld vreugde te laten opkomen, en affecten intoomt, zodat bijvoorbeeld afgunst het gezicht niet al te zeer vervormt. Dit verheldert de machtsverhoudingen in het ik en brengt ze in evenwicht; de gesteldheid daarvan trekt weer bepaalde mensen en situaties aan, en andere niet: dit zijn de echte ‘cosmetische operaties,’ die uiteindelijk in het gezicht tot uiting komen. Zo laat het ik het leven werken en is toch de beeldhouwer van zichzelf, zij het op ongemerkte wijze, ongemerkt niet alleen voor anderen, maar ook voor zichzelf, want zo gelooft het te zijn verlost van de inspanning, en ontslagen van de verantwoordelijkheid voor het eigen gezicht. De bewuste levenswijze bestaat er dus in dat je zelf aan de vorming van je gezicht werkt en dat je daarvoor en heel repertoire aan gewoontes inricht en inzet, een repertoire dat op de lange duur blijvende invloed krijgt. ‘Langzaam en bekrompen zijn al deze kuren,’ vond Nietzsche al (Morgenröte, 462): maar ‘ook wie zijn ziel wil genezen, moet over de verandering van de kleinste gewoontes nadenken.’
4.


Deutsch

MIT SICH SELBST BEFREUNDET SEIN — WILHELM SCHMID


Gestaltung des Gesichts: Von der plastischen Kraft des Lebens

Wie ein Bildhauer gestaltet das Selbst sich und sein Leben: So stellte etwa Epiktet (Diatriben I, 15)
sich die Lebenskunst vor. Aber zur Kunst des Lebens gehört ebenso die Umkehrung dieser Beziehung: Der "Künstler" wechselt die Seite, und nun gestaltet "das Leben" ganz wie ein Bildhauer das Selbst. Nur so ist zu erklären, dass manch ein Selbst wie aus Stein gemeißelt einem anderen vor Augen steht. Wer hat an ihm gearbeitet? Offenkundig verfügt "das Leben" selbst über plastische Kraft, und das Werkzeug, mit dem es arbeitet, sind die Erfahrungen, Begegnungen, Sehnsüchte, Enttäuschungen, Schmerzen, Lüste, die es vermittelt. So vermag es die Linien der Lippen zu schürzen zu einem vollen Mund oder zu begradigen zu einem feinen Strich; es biegt die Mundwinkel lächelnd nach oben oder verdrießlich nach unten; es hebt die Augenbrauen staunend hoch und lässt die Augenlider müde niedersinken; Fältchen und Falten zieht es über die Stirn und gräbt sie im Laufe der Zeit ein, je nach Frequenz des Gebrauchs der darunter verborgenen Muskeln. Unweigerlich wirkt der Gebrauch über längere Zeit gestaltend auf die Erscheinungsform des Menschen ein, auf sein Gesicht wie auf seine Haltung, seine Bewegung und Gestik.
1.

 
MIT SICH SELBST BEFREUNDET SEIN — WILHELM SCHMID

Alles Leben zeichnet sich ab im Gesicht, auch die
Abwesenheit von Leben. Angesichts dessen könnte ein Problem darin zu sehen sein, wenn das Gesicht zu glatt bleibt, zu glatt für ein erfülltes Leben, das eher die Falten liebt: In ihnen zeichnet sich die reiche Landschaft des Lebens ab.

In höherem Maße als ein Name ist das Gesicht Eigentum des Selbst, und doch wird es kaum von ihm allein bewohnt. So individuell seine Linienführungen auch sein mögen, so sehr sind sie doch "kulturell konstruiert", durchdrungen von der Kultur einer Region und einer Epoche: Der bloße Blick auf die Mimik erlaubt bisweilen, das Gesicht einem Raum und einer Zeit zuzuordnen. Es spricht, auch wenn aus dem Mund kein Laut kommt, und es erhält Antwort, auch wenn nichts gesagt wird. Emmanuel Lévinas hatte gute Gründe dafür, eine ganze Ethik auf das Antlitz zu gründen, denn alle Ethik im Umgang mit anderen bleibt abstrakt, wenn deren Gesicht nicht sichtbar ist. Eine Hermeneutik des Gesichts versteht die Zeichen zu deuten, die Gesichtszüge kulturell und individuell zu interpretieren, aus denen Traurigkeit und Fröhlichkeit, Niedergeschlagenheit und Wachheit sprechen. Härten, Schmerzen, Enttäuschungen, verbotene Wünsche und unversöhnlicher Hass graben sich tief darin ein.
2.

 
MIT SICH SELBST BEFREUNDET SEIN — WILHELM SCHMID

Nach außen hin fügt das Gesicht die divergenten Aspekte des Selbst zu einer Einheit zusammen, die es im Inneren so vielleicht nicht gibt, und hinter manch einem Gesicht kocht ein verborgener Vulkan. Körperlich wie seelisch handelt es sich um den Teil des Selbst, der anderen
nackt dargeboten wird. Das Gesicht schützt sich, indem es zur Maske wird, die kaum zu durchschauen ist, zuweilen auch nicht für das Selbst, das sich einem Fremden gegenübersieht, wenn es sich im Spiegel erblickt. So beginnt das Selbst mit zwei Gesichtern zu leben: einem "wahren", das nur wenige zu sehen bekommen, und einem "aufgesetzten", das gelegentlich verloren werden kann, sodass ein "Gesichtsverlust" die Folge ist.

Die Gesichtszüge zu gestalten, weniger auf direkte als auf indirekte Weise: darin besteht die Kunst des Gesichts. Eine direkte Gestaltung bedürfte kosmetischer Mittel und operativer Eingriffe, auch einer Einübung des Ausdrucks, um das Gesicht "in Stellung zu bringen". Bei der indirekten Gestaltung hingegen nimmt das Selbst Einfluss auf die Konstellation seines Lebens, die auf seine Konstitution zurückwirkt: Begegnungen werden vorsätzlich gesucht, um das Zusammensein mit bestimmten Menschen auf sich wirken zu lassen; Situationen lassen sich gezielt ansteuern, um wünschenswerte Erfahrungen zu machen; die Haltung ist festzulegen, die hinsichtlich dessen, womit das Selbst "fertig werden muss", eingenommen werd en kann.
3.

 
MIT SICH SELBST BEFREUNDET SEIN — WILHELM SCHMID

Bestimmte Gefühle werden dadurch begünstigt, andere eingedämmt; sie prägen ihrerseits die Seele, die wiederum im Gesicht zum Vorschein kommt -
ein Weg also von außen nach innen nach außen. Der Ausgangspunkt liegt jedoch im Inneren des Selbst, das Leidenschaften Raum gibt, um etwa eine Freude aufleben zu lassen, und Affekte mäßigt, damit nicht etwa ein Neid zu sehr das Gesicht verzerrt. Es klärt die Machtverhältnisse in sich und balanciert sie aus, deren Verfassung wiederum bestimmte Menschen und Situationen anzieht, andere nicht: Dies sind die wahren "Schönheitsoperationen", die letztlich im Gesicht zum Tragen kommen. So lässt das Selbst das Leben arbeiten und ist doch der Bildhauer seiner selbst - wenn auch auf verschwiegene Weise, verschwiegen oftmals nicht nur anderen, sondern auch sich selbst, denn so glaubt es sich der Anstrengung enthoben, entlastet von der Verantwortung für das eigene Gesicht. Die bewusste Lebensführung aber besteht darin, an dessen Gestaltung selbst zu arbeiten und dazu ein ganzes Repertoire an Gewohnheiten aufzubieten und einzurichten, das auf lange Frist prägend wirkt. "Langsam und kleinlich sind alle diese Curen", meinte schon Nietzsche (Morgenröte, 462); aber "auch wer seine Seele heilen will, soll über die Veränderung der kleinsten Gewohnheiten nachdenken.
4.

 
MIT SICH SELBST BEFREUNDET SEIN — WILHELM SCHMID

"
5.


     
The Ledge
Redactie: Stacey Knecht, info@the-ledge.com
Dank aan: De digitale pioniers en
Het Prins Bernhard Cultuurfonds
Ontwerp: Maurits de Bruijn

Copyright: Pieter Steinz, Stacey Knecht
Reproduktie en/of hergebruik uitsluitend in overeenstemming met de auteurs.