Afgunst
Kathryn Harrison Cargo, 2005 vertaling: M. Lameris / R. van der Veer
oorspronkelijk verschenen als: Envy uitgeverij: Querido, Amsterdam
Andere boekfragmenten: boekfragment: De nacht in Olaf Olafsson
boekfragment: Vita Melania Mazzucco
boekfragment: Kampvuur Julia Franck
boekfragment: Klein verhaal van een grote gekte Rob Kappen
boekfragment: Onder de vulkaan Malcolm Lowry
boekfragment: Callahan en andere gedaanten Onno Kosters
boekfragment: Lezen &cetera - gids voor de wereldliteratuur Pieter Steinz
boekfragment: Bankvlees Jan van Loy
boekfragment: Onder het vee Rutger Kopland
boekfragment: Een man in de tuin Rutger Kopland
boekfragment: De Amerikaan die ik nooit geweest ben Chris Keulemans
boekfragment: De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha Miguel de Cervantes Saavedra
boekfragment: Terug naar huis Natasha Radojcic
boekfragment: Dansen met de kippen Jim Heynen
boekfragment: Rondo veneziano Gerrit Krol
boekfragment: De rokken van Joy Scheepmaker Gerrit Krol
boekfragment: De egyptoloog Arthur Phillips
boekfragment: Praag Arthur Phillips
boekfragment: Verkleed als mens Wouter van Oorschot
boekfragment: De bekende wereld Edward P. Jones
boekfragment: Zorro: op weg naar zijn lotsbestemming Isabel Allende
boekfragment: De laatste raamgiraf Péter Zilahy
boekfragment: De hut van oom Tom Harriet Beecher Stowe
boekfragment: Ragtime E.L. Doctorow
boekfragment: Langzaam lopen is al verdacht Arjan Peters
boekfragment: Het Vijftig Jaars Zwaard Mark Z. Danielewski
boekfragment: Purgatorio John Haskell
boekfragment: De rusteloze supermarkt Ivan Vladislavic
boekfragment: Zuidwester meningen D. Hooijer
boekfragment: Afgunst Kathryn Harrison
boekfragment: Watt Samuel Beckett
boekfragment: Sonny Boy Annejet van der Zijl
boekfragment: Bittere vruchten Achmat Dangor
boekfragment: Kreutzersonate Leo N. Tolstoy
boekfragment: Reis naar het einde van de nacht Louis-Ferdinand Céline
boekfragment: Vreemd Bob Rigter
boekfragment: Gloed Sándor Márai
boekfragment: Handboek voor de levenskunst Wilhelm Schmid
boekfragment: Boetekleed Ian McEwan
boekfragment: In Babylon Marcel Möring
boekfragment: Lezen op locatie Pieter Steinz
boekfragment: Het web van de wereldliteratuur Pieter Steinz
boekfragment: Zwarte Mamba Nadifa Mohamed
boekfragment: Eekhrn zkt eekhrn David Sedaris
|
Nederlands
AFGUNST — KATHRYN HARRISON Will wacht op zijn vader in Molyvos, een Grieks restaurant in het centrum, met een tegelvloer en terracottakleurige muren. Het is er niet echt heel rustig, maar de lunchdrukte is nu wat afgenomen, en door de indeling heb je er een heleboel kleine hoektafeltjes, een gevoel van beslotenheid, zij het geen stilte. Will zit het liefst met zijn rug naar de muur, maar hij neemt de stoel en bewaart het bankje voor zijn vader, die hem begroet met een kneepje in zijn schouder voordat hij aan tafel schuift.
‘Zo,’ zegt hij. ‘Hoe is het met Carole? En met Sam?’
‘Goed, hoor. Sam is helemaal weg van die maffe taekwondocursus waar we haar op hebben gedaan. Staat uren achter elkaar naar zichzelf te buigen in de spiegel. Carole maakt te veel
uren – maar dat zal niemand verbazen. Er is een soort wrok aan het ontstaan tussen de vakbond en het district, maar voor Caroles positie maakt het waarschijnlijk niet uit als er dingenveranderen. Als er al dingen veranderen.’
‘Dus ze heeft de overeenkomst wel ondertekend?’
Will knikt. Naast haar privé-praktijk heeft Carole sinds kort een baan bij District 15, waar ze kinderen op spraakstoornissen onderzoekt. Vier ochtenden per week doet ze diagnostische onderzoekjes op openbare school 321 of openbare school 282 in Park Slope of bij openbare school 8, een vooruitstrevende basisschool in Brooklyn Heights. | | 1. | | AFGUNST — KATHRYN HARRISON Zonder pensioenregeling, maar met sociale voorzieningen waarbij inbegrepen een ziektekostenverzekering tegen een tarief dat beter betaalbaar
is dan wat hij via de naap kan krijgen.
Will wuift de kelner weg. ‘We hebben nog een paar minuutjes nodig,’ zegt hij. Hij wijst naar een boek in zijn vaders linkerbovenzak. ‘Wat is dat?’
Zijn vader haalt een pocketuitgave van Frankenstein te voorschijn en vraagt of Will het heeft gelezen.
‘Een hele tijd geleden.’
Zijn vader fronst zijn wenkbrauwen. ‘Ik had niet verwacht dat het zo treurig zou zijn,’ zegt hij terwijl hij het boek doorbladert. ‘Ik wil er eigenlijk mee ophouden, maar je weet hoe ik ben. Ik kan niet bij een slechte film weglopen. Ik kan geen tochtje naar het strand afblazen omdat er regen wordt voorspeld.’
‘Hoe ver ben je?’ vraagt Will als zijn vader niet opkijkt van het boek. ‘Welk gedeelte?’
Het tweetal ontmoet elkaar eens in de maand, alleen maar om elkaar te zien, bij te praten. Soms gaat het gesprek over boeken die ze hebben ontdekt, films die ze hebben gezien, en Will verbaast zich vaak over zijn vaders lectuurkeus. Vorige maand was die Zen en de kunst van het motoronderhoud.
‘Ik heb net deel twee uit,’ zegt zijn vader, en hij slaat het boek dicht. | | 2. | | AFGUNST — KATHRYN HARRISON ‘Het monster heeft Frankensteins zoon gedood. En hij heeft gevraagd om vrouwelijk gezelschap dat even afzichtelijk
en misvormd is als hijzelf, zodat hij op vrijersvoeten kan gaan met een schepsel dat zich niet vol afkeer van hem afwendt.’ Wills vader doet heel even zijn ogen dicht. ‘Is het niet wonderlijk dat een dergelijke tragische figuur honderd jaar later tot een soort grap is verworden? Een uit zijn krachten gegroeide, groene stoethaspel met grote laarzen en bouten in zijn nek. Een lachwekkende figuur. Niet in staat tot een zo gerichte daad als een boosaardige, wraakzuchtige moord.’
‘Waarom lees je het?’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik weet het niet. Ik stond in de boekhandel bij de klassieken te kijken, omdat ik er namelijk zoveel niet van heb gelezen. Ik pakte Frankenstein, zette het terug op de plank, en het eind van het liedje was dat ik terugkwam toen er niets anders was waar mijn oog op viel. Het heeft vast met het omslag te maken, dat moet het zijn geweest.’ Hij houdt de pocket omhoog, maar het plaatje is zo klein dat Will het aan de andere kant van de tafel niet duidelijk kan zien, en
zijn vader steekt hem het boek toe. Het is een reproductie van een schilderij – zes mensen bijeen rond een tafel en boven hen, op een piëdestal, een witte vogel, opgesloten in een glazen bol. | | 3. | | AFGUNST — KATHRYN HARRISON Will draait het boek om zodat hij de kleine lettertjes op de achterkant kan lezen. ‘Detail van “Een experiment op een vogel in de luchtpomp”, een schilderij uit de National Gallery,’ leest hij zijn vader voor. Er wordt geen jaar voor het kunstwerk vermeld, en Will heeft nog nooit van de schilder, Joseph Wright, gehoord. De vogel is weergegeven in een onnatuurlijke houding, met één vleugel uitgestrekt, misschien gebroken, en de afgesloten glazen bol zit met een buisje vast aan een sinister ogend apparaat. Het gehele tafereel is op een dramatische manier belicht, zodat bepaalde details oplichten in een vloed van geel licht, en andere in het donker blijven, zoals op een kruisiging van Caravaggio.
‘Duiven staan toch meestal voor de heilige geest, hè?’ vraagt Will zijn vader.
‘Ik geloof van wel,’ zegt deze. ‘Onthutsend, om een dier op die manier gevangen te zien.’ De kelner komt terug, en Wills vader wijst naar een regel op het menu. Will buigt zich naar voren om te kunnen zien wat hij heeft uitgekozen.
‘Wat neem je?’ vraagt hij hem.
‘Dólma’s? Dolmá’s? Hoe spreek je dat uit?’
Will haalt zijn schouders op. ‘Druivenbladeren,’ zegt hij. ‘Met rijst erin en nog iets anders, wat weet ik niet precies. | | 4. | | AFGUNST — KATHRYN HARRISON ’
Aan de andere kant van het tafeltje zit zijn vader op de vele zakken van zijn mouwloze vissersjasje te kloppen alsof hij zichzelf eraan wil herinneren wat erin zit, een gebaar dat een gewoonte, zelfs een dwangmatige handeling is geworden. Zodra hij zijn veeartsenpraktijk van de hand had gedaan en zijn
praktijkjassen had afgedankt, schiep hij iets wat in wezen een nieuw uniform is: het kaki vest met talloze zakken, die hij allemaal volstopt, een breedgeribbelde marineblauwe corduroy broek en een vissershoedje dat eruitziet als een omgekeerde bloempot. Het hoedje zou bij iemand anders misschien grappig zijn geweest – bij ieder ander dan zijn vader – en Will mag zichzelf het vest aanrekenen. Nadat hij zich er bij zijn moeder over had beklaagd dat Carole en hij te veel ‘kontzakgesprekken’, zoals ze die waren gaan noemen, van zijn vader ontvingen, kocht zijn moeder het vest zodat zijn vader niet met zijn mobieltje in de achterzak van zijn broek hoefde rond te lopen; daar propte hij het geval namelijk in om er vervolgens tijdens het rijden op te gaan zitten en per ongeluk druk uit te oefenen op het knopje dat hij als sneltoets naar Wills thuisnummer had geprogrammeerd. Degene die opnam hoorde het gedreun en gesuis van snelwegverkeer, onderbroken door lukraak keelgeschraap en soms de flarden van het liedje dat op de plaatselijke
gouwe ouwe-zender werd gespeeld. | | 5. | | AFGUNST — KATHRYN HARRISON ‘Pa!’ schreeuwde Will dan. ‘Pa!’ Maar zijn vader hoorde het piepkleine stemmetje dat onder hem vandaan kwam nooit, en als Will eenmaal had opgenomen, kostte het hem moeite om op te hangen en de verbinding te verbreken. Hoewel zijn vader zich niet bewust was van zijn spookaanwezigheid in de auto – of misschien omdát hij er zich niet van bewust was – had het voor Will iets onverwacht intiems dat hij een oproep kreeg om onzichtbaar en onopgemerkt met hem mee te rijden, weer helemaal zijn tien jaar oude ik, blij dat hij bij zijn vader was, ongeacht hoe prozaïsch het doel van hun rit was. | | 6. |
|