| the ledge files the ledge - nl - uk |
nieuw zoeken |
gesprekken boeken |
|
| Interview Natasha Radojcic Fictie vereist geen mooischrijverij, maar begrijpende lezers die bereid zijn de keiharde, onverteerbare waarheid onder ogen te zien over wat mensen elkaar kunnen aandoen en wat de gevolgen zijn als men daar blind voor blijft. - 'Schrijven over de waanzin van de oorlog', Natasha Radojcic, Boston Review, 2002/2003 vertaling interview: Niek Miedema met: Natasha Radojcic Stacey Knecht boeken: Terug naar huis
|
SK — Je hebt oorspronkelijk filmkunde gestudeerd in Belgrado. Zie je een verband tussen film en hoe jij schrijft? NR — Er zit zeker een visuele kant aan mijn manier van werken. Ik zie de dingen eerst, voordat ik ze beschrijf. En wanneer ik ze ga beschrijven, ben ik vastbesloten de juiste woorden te kiezen. Ik heb doorgaans de meeste moeite met werkwoorden. Ik heb ongeveer vierhonderd werkwoorden aan de muur hangen. Die bekijk ik totdat ik het passende heb gevonden. Ik schrijf uitsluitend in het Engels, maar denk in twee talen. Het Servisch, mijn andere taal, kent zeven naamvallen en een volkomen willekeurige woordvolgorde. Het Engels daarentegen is dodelijk precies. En waar het zwaartepunt van een Servische zin meestal bij het onderwerp ligt, is het in het Engels altijd het predikaat. Vandaar dat ik me eerst richt op de zinsbouw en er daarna werkwoorden bij probeer te zoeken die boeiend en actief genoeg zijn voor de soort teksten die ik wil schrijven. Het kost mij veel inspanning om duidelijk en nauwkeurig te zijn, om precies te vertellen wat het personage op elk gegeven moment meemaakt, en toch niet te ver van de tekst af te dwalen. Want daar kan virtuositeit, een overdaad aan woorden, gemakkelijk toe leiden. SK — Zou je de tekst waaraan je werkt op dezelfde manier benaderen als je in het Servisch schreef? NR — Dan zou ik waarschijnlijk net zo pietluttig zijn. Maar het schrijven in een vreemde taal stelt je voor een bijzondere uitdaging. Toen ik op Columbia studeerde raadde een hoogleraar me aan alleen nog maar Engels te lezen. Ik kan redelijk uit de voeten met diverse Europese talen – ik begrijp misschien niet elk woord, maar kom er aardig doorheen – en hij zei dat me dit parten speelde op syntactisch gebied. Daar houd ik me nu al een hele tijd aan en ik merkte dat ik me, toen ik op een Servische promotietournee ging voor dit boek, een buitenlander voelde. Niet dat ik een accent heb, al rolt mijn ‘r’ misschien wat dan voorheen, maar ik kon in die taal gewoon niet meer abstract denken. SK — Je ging in 1989 naar de Verenigde Staten. En de rest van het gezin? NR — Die zijn in 1993 weggegaan. SK — Waar zijn ze nu? NR — Alleen mijn vader leeft nog. Mijn moeder is overleden. Mijn vader heeft een paar jaar in Griekenland gewoond en is na zijn pensionering teruggegaan naar Belgrado, en mijn familie van moederskant, voorzover niet al weg, vertrok naar landen als Maleisië, Canada, de VS, Duitsland, noem maar op. Helaas zijn er niet veel meer over. SK — Je was net op tijd weg. NR — Ja. En toen ik een paar jaar in de VS was, realiseerde ik me dat ik moest schrijven over de plek die ik had verlaten. SK — Je hebt tot op heden twee romans op je naam. De eerste, die onlangs in Nederland is verschenen, heet Terug naar huis. Maar de hoofdpersoon, Halid, komt nooit echt thuis. Vertel daar eens wat meer over. NR — Kijk, als je door een enorme calamiteit, zoals een oorlog, van huis en haard wordt verdreven, vooral als er zulke krankzinnige scheidslijnen tussen mensen bestaan… Mijn moeder is moslim en mijn vader christen. Ik ben voor de helft het een en voor de helft het ander. Wat emotioneel, psychologisch, ontzettend lastig is. Het is zoiets als half Palestijns en half Israëlisch zijn. Het enige wat ik wilde was voor de vrede vechten en proberen mensen te laten begrijpen dat het mogelijk is tolerant te zijn tegenover elkaar. En de mensen luisteren ook wel, maar alleen op plekken waar al tolerantie heerst, zoals in Londen, New York of Duitsland. Toen ik terugging naar Servië waren al mijn oproepen aan dovenmansoren gericht. De Bosniërs reageerden totaal afwijzend op mijn boek. Ze maakten me uit voor ‘Amerikaanse expansionist’ en voor fundamentalist, en maakten de namen van mijn hele familie bekend, omdat daar nog steeds het idee bestaat dat een iemand schande over een hele familie kan brengen, wat een ontzettend tribaal idee is. In de Servische pers werd beweerd dat ik een miljoen dollar heb gekregen van Random House om dit boek te schrijven! En dat ik een verhouding had met een of andere zakenbons van Wall Street. Ik werd op de ergste manieren zwartgemaakt. (lacht) Het was afschuwelijk. Maar daar staat tegenover dat het boek in Servië een bestseller is. SK — Grappig. Mensen zijn er dus blijkbaar toch nieuwsgierig naar. Laten we nog even teruggaan naar het idee van thuiskomen en toch niet echt thuiskomen. Terugkeren naar de plek waar je vandaan komt, maar daar nooit werkelijk aankomen. NR — Goed, ik zal het proberen uit te leggen. Dit boek is opgedragen aan mijn… ik heb een vriend verloren, onze levens waren verstrengeld, we woonden samen. Hij kwam uit Sarajevo en kon niet aarden in Amerika. Hij was te trots om werk te gaan doen waar hij geen zin in had, alleen maar om de huur te kunnen betalen. Dus goot hij zich op een dag vol en stapte op de motor. Dit boek is mijn manier om het verlies te verwerken. Het ís het dorp van mijn moeder, maar hoe Halid eruitziet en dat hij niet voor zichzelf opkomt, dat komt voort uit mijn ervaringen met Dragan, die niet in staat was om… ik bedoel, als je hem zou hebben ontmoet zou je waarschijnlijk nooit hebben gemerkt dat het zo’n kwetsbare man was, omdat hij zo druk was in de omgang. Maar hij was het wel. En hij kon niet aarden. Ik kon me heel gemakkelijk aansluiten bij het Amerikaanse leven. Ik vond het prettig om anoniem te zijn. Mijn familie is heel bekend in Joegoslavië en ik schoot in hun ogen op alle mogelijke manieren tekort. Ik kon het nooit goed doen. Ik heb er domweg geen aanleg voor: keurig opzitten, me fatsoenlijk kleden, me volgens de etiquette gedragen… ik heb echt mijn best gedaan, maar ik was een vreemdeling in mijn eigen huis. In Amerika bleek het niemand een bal uit te maken en dacht ik: wow, wat is dit heerlijk! Ik kreeg de kans te worden wie ik maar wilde worden. Het heeft lang geduurd. Het is een zoektocht. En die is nooit echt afgelopen. Maar het beste eraan was dat niemand me kende en dat het niemand wat kon schelen. Dat is natuurlijk ook de prijs die je ervoor betaalt. Dat het niemand wat kan schelen. Dat is de andere kant van de medaille. Maar ik voelde me… vrij. SK — Halid keert terug naar zijn dorp, maar blijft een bezoek aan zijn moeder ontlopen. Uiteindelijk komen ze elkaar in een boomgaard tegen. Het is een pijnlijke scène. Ik kan me niet voorstellen dat mijn eigen zoons niet naar huis zouden willen of kunnen komen. Waarom gaat Halid überhaupt terug naar zijn geboortedorp? NR — (lange stilte) Ik denk dat hij niet wist waar hij anders heen moest. Hij zegt ergens dat hij er totaal geen behoefte aan had zijn geboortedorp te zien. Als je als mens zo sterk het gevoel hebt mislukt te zijn, als je zoveel goede bedoelingen had en toch vreselijke dingen doet, zelfs zonder het perse te bedoelen… ik denk dat hij nergens meer toe in staat was. Met oorlogsmisdadigers ligt het eenvoudig, dat is zwart-wit. Dat zijn slechte mensen. Maar hoe zit het met de goede mensen die iets op hun geweten hebben dat het hen onmogelijk maakt nog gelukkig te zijn? Hoe komen die thuis? Thuiskomen in de zin van leren leven met de schaduw en weer een volledig mens worden die in staat is de meeste dagen vredig door te komen? Ik denk daarom zoals gezegd dat Halid teruggaat omdat hij geen andere mogelijkheid heeft. Als schrijfster moest ik al zijn keuzemogelijkheden wegnemen om hem te laten instorten. SK — Je zei dat er iets is dat het onmogelijk voor hem maakt om te reïntegreren. Maar de plek waarnaar hij terugkeert is ook zo drastisch veranderd. Hoe kán hij dan reïntegreren? NR — Er zijn mensen die erin slagen. Sommige mensen kunnen terugkeren. Ik heb een nichtje dat werd neergeschoten, maar het overleefde. Haar verhaal is gruwelijk, maar zij verheugt zich toch elke dag weer op de volgende. Zij bezat de kracht, of het geloof, waar het anderen aan ontbrak. Sommige mensen slagen erin te overleven. Zoals bijvoorbeeld Mira in Terug naar huis. Zij is ijzersterk. Ze wordt kwaad, maar ze slaagt erin dingen voor elkaar te krijgen. En ze durft stelling te nemen. |
SK — Halid keert terug naar zijn dorp en wordt als een held ingehaald – maar niet echt. Het is net of de mensen in zijn dorp doen alsof. Ze feliciteren hem en onthalen hem met eten en zo, maar het komt allemaal wat onoprecht over. NR — Niet onoprecht, maar gewoon behoedzaam. Er bestaat een bepaalde gedragsnorm voor gespannen situaties. Individuele uitingsvrijheid komt voort uit economische voorspoed en vrede. In behoeftige omstandigheden hebben mensen hun eigen omgangsvormen. Bij zijn terugkeer volgt Halid niet langer de norm. Hij gedraagt zich niet zoals de anderen. Als de andere mannen bijvoorbeeld naar de hoeren gaan, weigert hij mee te doen met hun agressieve gedrag. In zekere zin zorgt Halid ervoor dat de overige dorpelingen hem afwijzen. Zij hebben geen zin om na te denken over de oorlog en over degenen die zijn gesneuveld. Zij willen allemaal maar dronken worden. Ze móeten hem eigenlijk wel ombrengen, omdat hij het kleine beetje evenwicht dat ze meenden te hebben gevonden verstoort. SK — Kunnen militairen eigenlijk ooit wel terugkeren naar huis? NR — Dat weet ik niet. Je maakt iets mee dat je volledig van je hoedanigheid als invoelend mens berooft. Of je jezelf kunt vergeven, de omstandigheden kunt vergeven, kunt terugkeren en nog steeds invoelingsvermogen kunt bezitten… ik weet het niet. Ik denk daar de hele tijd over na. Het gaat om een groep mensen waarmee ik me verbonden voel. Ik ben wel benieuwd wat je van mijn tweede boek You Don’t Have to Live Here zou vinden, want daarin vergeeft de vrouw zichzelf. SK — Wat heeft ze gedaan? Of wat denkt ze dat ze gedaan heeft? NR — Ze heeft niets overduidelijk moreel verwerpelijks gedaan. Maar ze heeft een heleboel zichzelf schadende dingen gedaan die gecompliceerd zouden kunnen liggen voor de vrouw die ze als meisje probeerde te worden. Zij ondergaat de nachtmerrie, maar komt er uiteindelijk doorheen. In haar kon ik invoelingsvermogen en kracht vinden, wat me bij Halid niet lukte. Het was alsof hij niet meer van zichzelf kon houden. Ik geloof dat we, hoe sterk we ook zijn, een waarlijk verwelkomende omgeving nodig hebben om te kunnen overleven. SK — Had je Dragan de hele tijd in je achterhoofd bij het schrijven van Terug naar huis? NR — Ja, zeker. SK — Geen gemakkelijk boek om te schrijven. NR — Nee, maar ik voel me goddank een stuk gelukkiger nu ik het geschreven heb. Ik slaap nu weer goed, wat daarvoor maandenlang niet lukte. De laatste zes bladzijden waren de twee ellendigste dagen van mijn leven. SK — De dood van Halid. NR — Wat het moeilijkste voor me was, was dat hij van binnenuit sterft. Hij weet dat hij bezig is te sterven. En ik moest bij hem zijn. Mijn beste vriendin las die bladzijden en zei: ‘Je moet ophouden met dat boek! Ik vind het afschuwelijk!’ Ik ben blij dat het eruit is. Ik schrijf momenteel een komedie, mijn derde roman. Die is precies het tegenovergestelde van Terug naar huis. Hij heet ‘Dreaming’, de naam van een stadje waar alleen maar aardige mensen wonen. Het boek speelt zich af in het zuiden van de Verenigde Staten, waar ik nooit ben geweest, maar het klimaat klopt. Ik wil dat het boek met een hoge vochtigheidsgraad wordt. Als het vochtig is, transpireren de mensen veel en dat is komisch Op een gegeven moment maken ze een bruiloftstaart met driehonderd eieren, een kruiwagen vol boter en twee zakken bloem, voor iets van zeven personen. En de taart transpireert! Mijn tweede boek was ook heel moeilijk om te schrijven. Ik heb het in de ik-vorm geschreven en het is sterk autobiografisch. De vrouwelijke hoofdpersoon is voortdurend onderweg. Ze is alsmaar op de vlucht, raakt zwaar aan de drugs en blijft maar weglopen. Toen ik het af had besloot ik mijn derde boek te schrijven in de trant van Steinbecks Cannery Row. Ik vind Cannery Row geweldig, zo'n warme sfeer! Cannery Row telt 32 hoofdstukken, waarvan tweederde verhalend en de rest korte vignetjes over allerlei volkomen absurde mensen. Ik heb dezelfde opzet gehanteerd, maar heb een stadje bedacht waar de dood niet bestaat en de mensen buttons met ‘smile’ op de poort van de begraafplaats hangen. Natuurlijk komt de dood op den duur toch en moet er iets veranderen, maar op het eind komt alles goed. Zo ben ik dus van een somber boek, via een iets minder somber boek, tot een vrolijker boek gekomen. En nu ga ik iets episch doen (lacht). Ik ben een harde werker. Ik kan het schrijven niet laten. Ik heb het gevoel te leven voor een heleboel mensen die er niet meer zijn. Voor mijn moeder, voor Dragan, voor een neef van me die onlangs zelfmoord heeft gepleegd. Ik ben enig kind, dus neven en nichten zijn heel belangrijk voor me. SK — Waarom neem je al die levens op je schouders? NR — Ik denk dat ik gestoord zou worden als ik het niet zou doen, omdat ik me niet kan verzoenen met zoveel verlies zonder woedend op God te worden. Ik wil weten waarom. Het waren zulke goede mensen. Het zou niet zo mogen zijn. Maar vragen roepen alleen maar meer vragen op. In zijn opstel ‘Waarom ik schrijf’ zegt Elie Wiesel dat hij schrijft ‘om de bodem van de waanzin te raken en daarvan weg te komen’. Ik kijk naar de wereld en zie dat die er behoorlijk ernstig aan toe is. Dit is mijn manier om te proberen iets bij te dragen, naar ik hoop op een positieve manier. SK — In je boek staat een passage waar ik je wat over wil vragen. Halid en zijn vriend Shukri staan bij een beek, ooit een vissersparadijs, maar tegenwoordig zo vervuild dat er al meer dan vijf jaar geen vis meer in zit. Ik zal hem aan je voorlezen: ‘Denk je dat we de vissen ooit zullen terugzien?’ vroeg Shukri. ‘Sommige misschien. Waarschijnlijk geen forel.’ ‘Jij met je forel. Er staat ons zoveel lol te wachten en jij staat hier te treuren over een paar vissen. Ken jij iemand die hier ooit forel heeft gevangen?’ ‘Nee.’ ‘Dat dacht ik ook niet. Het is verdomme gewoon een fabeltje, net als al die andere verhalen.’ Mijn vraag luidt: welke fabeltjes en welke verhalen? NR — In Servië en Bosnië, het hele gebied, heerst een obsessie met militair heldendom en de noodzaak van met ere sneuvelen en eervolle moordpartijen. We hebben er zelfs een uitdrukking voor, srpska mitomanija. Dat betekent een hang naar overdrijving. Ik zat laatst naar een natuurprogramma te kijken en zag twee mannetjesvogels die op het punt stonden te gaan vechten. Ineens begonnen ze allebei op te zwellen. Ze zetten een hoge borst op. Om elkaar te imponeren. Zo gaat het volgens mij in Servië ook. Al die bange mensen die zichzelf wijsmaken dat krijgshaftige ondernemingen (a) belangrijk en (b) eervol zijn. Wat levensgevaarlijk is, omdat er mensen bij doodgaan! Dat is volgens mij wat ik bedoelde met verhalen en fabeltjes. SK — Nog een ding tot slot. In Terug naar huis komt een intrigerend personage voor, namelijk Mladen, ook wel bekend als ‘de domme reus’, die het grootste deel van zijn leven doorbrengt in een kooi. Als Mira hem vraagt waarom hij in die kooi blijft zitten, zegt hij dat het is omdat de dorpelingen dan rustiger slapen. Het opvallende aan Mladen is dat hij met zoveel gevoeligheid praat. ‘Hij spreekt altijd de waarheid,’ zegt Halid. Waar komt dit personage vandaan? NR — Fellini misschien? Ik weet het niet. Ik dacht gewoon hoe erg het moest zijn om nergens te passen, op geen enkele manier. En Mladen past letterlijk nergens, want hij is meer dan twee meter lang en zijn gelaatstrekken zijn misvormd door zijn ‘groeiziekte’. Een zachtaardig monster. Gevoelig ook, ja. Misschien wel te gevoelig. In veel samenlevingen zou een dergelijk iemand worden opgeborgen, zodat niemand zich ongemakkelijk zou voelen door hem. Hij past nergens bij. Zo voel ik me bijna de hele tijd. - vertaling: Niek Miedema |
|
| The Ledge Redactie: Stacey Knecht, info@the-ledge.com Dank aan: De digitale pioniers en Het Prins Bernhard Cultuurfonds Ontwerp: Maurits de Bruijn |
Copyright: Pieter Steinz, Stacey Knecht Reproduktie en/of hergebruik uitsluitend in overeenstemming met de auteurs. |
||