the ledge files
the ledge - nl - uk
nieuw
zoeken
gesprekken
boeken
Smesné lásky
Milan Kundera
uitgever: , 1963

vertaald als:
Lachwekkende liefdes
uitgever: Agathon, Bussum, 1986
vertaling: Jana Beranová

zoek in hele site:


the ledge - flash versie*

*

Toen Milan Kundera in 1967 zijn eerste roman publiceerde, was hij bijna veertig jaar oud. Voordien had hij van alles geschreven en gepubliceerd (muziek, toneel, poëzie, verhalen), maar met De grap begint het werkelijke oeuvre van de romancier Kundera: het is zijn opus 1, en alles wat daaraan voorafging beschouwt hij als onrijp jeugdwerk dat alleen interessant is voor literatuurwetenschappers, biografen en andere voyeurs die de ontstaansgeschiedenis belangrijker vinden dan het kunstwerk zelf. Eén uitzondering: de verhalen van Lachwekkende liefdes, waarvan het merendeel eerder werd geschreven dan De grap, ook al verscheen de bundel een jaar later en is het dus strikt genomen Kundera’s tweede boek.

Met Lachwekkende liefdes vond Kundera zijn stijl. Natuurlijk kunnen er in zijn oeuvre zoals dat nu voor ons ligt verschillende fases en ontwikkelingen worden onderscheiden, maar de constanten zijn nog veel duidelijker. Het hele oeuvre is gebaseerd op een paar uitgangspunten waarvan de schrijver nooit zal afwijken, en die voor het eerst aan het licht treden in de verhalen die later zijn gebundeld tot Lachwekkende liefdes. Eerste, belangrijkste uitgangspunt: voor Kundera is de roman (en wat is een verhaal anders dan een korte roman) niet het vuilnisvat van de literatuur, het enige literaire genre waarvoor geen regels gelden, maar een autonome kunstvorm die iets te bieden heeft wat nergens anders kan worden gevonden, niet in de literatuur en niet erbuiten. De roman verwoordt namelijk een specifiek soort kennis, niet psychologisch en niet sociologisch maar existentieel: hij onderzoekt de manier waarop concrete individuen zich tot elkaar en tot de wereld verhouden. Centraal in die opvatting staat uiteraard het personage, dat bij Kundera altijd een bepaalde existentiële mogelijkheid vertegenwoordigt, een manier om in de wereld te staan – waarvan de roman de consequenties tot op het bot ontleedt.

Die ontleding heeft vaak de vorm van een tragikomische ontluistering. Neem het jonge stelletje in het derde verhaal van de bundel, ‘Liftertje spelen’. Net als Tereza in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan ontleent het meisje haar identiteit aan de spanning tussen lichaam en ziel, seks en liefde. Ze wil die tegendelen van elkaar scheiden, maar kan dat niet en is daardoor preuts, timide, monogaam en jaloers: precies de reden waarom haar vriend haar prefereert boven alle flirtende, vlinderende vrouwen die het onderscheid wel kunnen maken. Maar dan dwingt een schijnbaar onschuldig spelletje de twee in een omgekeerde rol, ineens kan het meisje haar lichaam en haar ziel wel van elkaar scheiden, en ineens houdt haar vriend niet meer van haar maar ziet hij haar als een hoer, een vrouw voor wie liefde en seks niets met elkaar te maken hebben. En nadat ze als een hoer is genomen en daarbij meer genot heeft gevoeld dan ooit tevoren, weet ze niet meer hoe ze weer zichzelf kan worden: ‘Ik ben ik, ik ben ik...’ Waarna de verteller gniffelend besluit: ‘Ze hadden nog dertien dagen vakantie voor zich.’ – Een typische Kunderaconclusie, waarin de twee jongelui worden geconfronteerd met het ontgoochelende principe bij uitstek: de tijd. De roman is de kunstvorm van de tijd, dat wil zeggen van de gemiste kansen,
de verstoorde illusies en het tekortschietende geheugen, maar daarmee ook van de wijsheid die daaruit kan worden geput, de wijsheid van de romancier die het allemaal ziet gebeuren.

Tweede uitgangspunt van Kundera’s romankunst: de strenge compositie. Als de roman de kunstvorm van de tijd is, mag de romancier zijn personages niet zomaar ‘als een troep ganzen voor zich uit drijven over een heideveld van een willekeurig aantal bladzijden of hoofdstukken’, zoals Raymond Queneau de alledaagse romanpraktijk treffend omschrijft. Om de kennis die in de roman besloten ligt maximaal tot zijn recht te laten komen, moet de romancier de tijd organiseren, zijn personages in strakke banen leiden, en die kunst beheerst Kundera als geen ander. Als een componist orkestreert hij de verschillende stemmen door in korte, genummerde hoofdstukjes telkens een ander perspectief te kiezen en op die manier naar het finale inzicht toe te werken: de techniek van de verhalen uit Lachwekkende liefdes (met uitzondering van ‘De gouden appel van het eeuwige verlangen’ en met name ‘Symposium’) is al dezelfde als die van de grote romans waarmee Kundera beroemd is geworden. In het afsluitende verhaal, ‘Eduard en God’, duikt bovendien nog een extra stem op, die de latere romans aankondigt: de afstand scheppende stem van de verteller, de plaatsvervanger van de schrijver binnen de tekst, die de werkelijkheidsillusie doorbreekt en duidelijk maakt dat de vertelling niets meer of minder dan een gedachte-experiment is en de personages geen ‘mensen van vlees en bloed’, zoals het cliché luidt, maar in de verbeelding gerealiseerde mogelijkheden – waarvan Kundera later, in navolging van André Gide, zal zeggen dat ze allemaal potentieel in zijn eigen persoonlijkheid aanwezig zijn. Ze zijn hem allemaal even dierbaar.

Ook in andere opzichten zetten de verhalen van Lachwekkende liefdes de toon voor Kundera’s latere werk, wat overigens niet wil zeggen dat ze geen autonome waarde zouden bezitten: het zijn teksten van een rijpe schrijver die weet wat hij wil. Veel thema’s zullen terugkomen, en ook de manier waarop dat gebeurt zal vrij constant blijven. Weliswaar ligt er stilistisch een wereld van verschil tussen een verhaal als ‘Liftertje spelen’ en een late roman als Identiteit, maar in beide zien we een schrijver aan het werk die zijn materiaal met een bijna achttiende-eeuws aandoende combinatie van ernst en lichtheid benadert. Zowel in het verhaal als in de roman is sprake van een vrouwelijk personage dat de grenzen van haar persoonlijkheid overschrijdt en tot haar ontzetting als het ware iemand anders wordt (namelijk een vrouw die openstaat voor avontuur, voor de roep van de wereld). En in beide gevallen wordt dat identiteitsverlies ondanks de ernst van de zaak gebracht als een hoofdzakelijk komisch gegeven, want sinds de dood van God bestaat er geen tragedie meer, als we dokter Havel in ‘Het symposium’ mogen geloven.

Dat is ironie voor Milan Kundera: een serieuze manier om de wereld niet serieus te nemen. De roman is de plaats waar die ironische levenshouding tot volle bloei komt.

- Martin de Haan


schema    
OP DE BOEKENPLANK VAN MILAN KUNDERA

De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha
Miguel de Cervantes Saavedra, 1605 / 1615
Het vernieuwende en humoristische vertellen van Cervantes en Laurence Sterne (zie Tristram Shandy, 1760-1767).

Het leven en de Opvattingen van de Heer Tristam Shandy
Laurence Sterne, 1759-1767
Het vernieuwende en humoristische vertellen van Cervantes en Laurence Sterne (zie Don Quixote, 1760-1767).

Jacques de fatalist en zijn meester
Denis Diderot, 1796
De 'antifictie' van Denis Diderot, die zich als verteller alle vrijheid permitteerde.

Anna Karenina
Leo N. Tolstoy, 1877
Overspelroman waarmee K. in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan een spelletje speelt.

Het slot
Franz Kafka, 1926P
De vervreemdende, totalitaire sfeer in de romans van Franz Kafka, K.'s Praagse landgenoot.

De slaapwandelaars
Hermann Broch, 1931-1932
De tussen droom en werkelijkheid laverende romans van Hermann Broch, die in Die Schlafwandler(1931-1932) en Tod des Vergil (1945) schreef over intellectuelen in tijden van historische crisis.

De dood van Vergilius
Hermann Broch, 1945
De tussen droom en werkelijkheid laverende romans van Hermann Broch, die in Tod des Vergil (1945) en Die Schlafwandler (1931-1932) schreef over intellectuelen in tijden van historische crisis.

HET OEUVRE VAN MILAN KUNDERA:

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan
1984
(romans in het Tsjechisch)
Filosofische roman over de gedoemde liefde tussen een overspelige arts en een serveerster na de communistische reactie op de Praagse Lente (1968).
WAT TE LEZEN NA DE ONDRAAGLIJKE LICHTHEID VAN HET BESTAAN?

'CONTES PHILOSOPHIQUES'
Candide, of Het optimisme
Voltaire, 1759
Een jonge optimist reist langs de reëel bestaande verschrikkingen van 'de beste van alle mogelijke werelden'

De baron in de bomen
Italo Calvino, 1957
Een 18de-eeuws jongetje wordt boombewoner en beziet de geschiedenis van bovenaf.

Zen en de kunst van het motoronderhoud
Robert M. Pirsig, 1974
Vader in crisis maakt samen met zoontje motorodyssee door Amerika.

De wetten
Connie Palmen, 1991
Een vrouw zoekt zichzelf en de liefde onder intellectuele leermeesters.

KAFKAëSK OOSTBLOKCOMMUNISME
De meester en Margarita
Mikhail Bulgakov, 1967P
De duivel zet stalinistisch Moskou op stelten.

Melinda en Dragoman
György Konrád, 1991
Portret van een erotische driehoeksverhouding in naoorlogs Boedapest.

Liefde en straatvuil
Ivan Klíma, 1988 (samizdat 1987)
Een van Kafka bezeten, overspelige en filosoferende schrijver werkt als vuilnisman in Praag.

Publiek geheim
Bernlef (J.), 1987
Een oude schrijver (in Hongarije) weigert om zich te laten censureren.

LIEFDE IN TOTALITAIRE TIJDEN
1984
George Orwell, 1949
Winston en Julia onder het alziend oog van Big Brother.

Zoeken naar Eileen W.
Leon de Winter, 1981
Een man reconstrueert een verboden liefde in een door godsdiensttwisten verscheurd Noord-Ierland.

Rite de passage
Nadine Gordimer, 2001
Witte vrouw wordt verliefd op zwarte man en tart de apartheid in Zuid-Afrika.

De grap
1967
'romans in het Tsjechisch'
Vier Pragers doen het verhaal van een mislukte (seksuele) wraakactie.
Het leven is elders
1974
'romans in het Tsjechisch'
Een dichter in communistisch Bohemen verraadt zijn vriend en de poëzie.
Het boek van de lach en de vergetelheid
1980
'romans in het Tsjechisch'
Een Tsjechische serveerster die in een Westeuropese stad woont na haar vlucht uit Praag, tracht het verleden te herwaarderen, waarbij zij realiteit en fantasie dooreenweeft.
Traagheid
1995
'romans in het Frans'
Drie onderling verbonden verhalen over het thema traagheid.
Identiteit
1997
'romans in het Frans'
Een liefdesdrama begint als een man in een flits een ander voor zijn vrouw aanziet.
Onwetendheid
2001
'romans in het Frans'
Een Tsjechische ex-balling zoekt haar plaats in post-communistisch Praag.
Onsterfelijkheid
1990
Een man bedenkt dat hij geen enkele vrouw kent die Agnes heet, en besluit een romanpersonage te creëren.
Lachwekkende liefdes
1963
Zeven verhalen, die evenzovele ironische en speelse benaderingen van de liefde zijn.
Afscheidswals
1973
In een Tsjechische badplaats met bronnen die vrouwen van hun onvruchtbaarheid afhelpen, raken de levens van enkele vrouwen en mannen gedurende vijf dagen met elkaar vervlochten.
Jacques en zijn meester: hommage aan Denis Diderot in drie bedrijven
1981
Toneelstuk.
'Inleiding tot een variatie', die in het boek aan het toneelstuk voorafgaat, is een overpeinzing van de auteur over de roman, over Sterne en Diderot.
:
 
maak een notitie
naam

notitie


Code (above)


The Ledge
Redactie: Stacey Knecht, info@the-ledge.com
Dank aan: De digitale pioniers en
Het Prins Bernhard Cultuurfonds
Ontwerp: Maurits de Bruijn

Copyright: Pieter Steinz, Stacey Knecht
Reproduktie en/of hergebruik uitsluitend in overeenstemming met de auteurs.