| the ledge files the ledge - nl - uk |
nieuw zoeken |
gesprekken boeken |
Titaantjes Nescio uitgeverij: Groot Nederland (tijdschrift), 1915 verwijzing vanuit: Bankvlees Jan van Loy
|
Een ieder die Nescio's Titaantjes kent, zal zich herinneren hoe het met Bavink afloopt. Vlak voor dat tragische slotaccoord treft Koekebakker hem nog een keer op het Centraalstation, waar hij 'een of anderen kennis (...) een haarboer met lange zwarte lokken en heel veel baard, meer haar dan mensch' op de Parijzer trein van 8 uur zet. Als de trein is vertrokken, lopen Koekebakker en Bavink die enigszins in de lorem is langs het perron de ondergaande zon tegemoet. Dan begint Bavink zijn zonnetirade die hij zo besluit: 'Doe 'm in een hoededoos, Koekebakker. In een hoededoos. Ik wil met vrede gelaten worden. Doe 'm in een hoededoos, in een ordinaire hoededoos. Hij verdient niet beter.' Bavinks verzoek kan door Koekebakker niet worden ingewilligd, het is hem te hoog gegrepen, maar in een ander verhaal wordt een minstens zo onmogelijk kunststuk door Nescio zelf wel tot een goed einde gebracht. Ik doel nu op Buiten-IJ, waarin hij een heel stuk Amsterdam uit het begin van deze eeuw met alles erop eraan voor altijd opgeslagen heeft. Wie nu over de Zeeburgerdijk richting Schellingwoude gaat, ziet niets dan grootsteedse troep, maar, en dat is het wonder, wie Buiten-IJ heeft gelezen, ziet dwars door al die bruggen, hoogspanningsmasten en bouwputten heen nog altijd het land zoals het omnheugelijk lang geleden door Nescio is beschreven: 'Groot was God dien middag en goedertieren. Door onze oogen kwam Zijn wereld naar binnen en leefde in onze hoofden. En onze gedachten gingen woordeloos uit over de wereld, ver over den gezichtseinder gingen zij. En zoo vloeiden de wereld en wij beurtelings in elkaar over. Bekker zei datti z'n hart voelde uitzetten en toen ik m'n oogen dicht deed, was 't of mijn hoofd vol goud licht en blauw water was en wonderlijke rillingen gingen door m'n ruggemerg. Ik voelde daar de wereld die om mij lag.' Toen ik jonger was, zou ik de landsschapsbeschrijving die aan deze passage vooraf gaat of die erop |
volgt hebben geciteerd. Ik raak hiermee aan een tweede aspect dat het oeuvre van Nescio zo volstrekt uniek maakt, te weten de absolute tijdloosheid die er heerst, niet alleen als het om de evocatie van een landschap gaat, maar ook in de figuren die dat landschap bevolken. 'Het was een wonderlijke tijd,' schrijft Nescio, alweer in Titaantjes. 'Als ik erover nadenk, dan moet die tijd nog voortduren, die duurt zoolang er jongens van negentien, twintig rondlopen.' Nescio zegt hier met de Prediker dat er niets nieuws onder de zon is en net als bij de Prediker is het een toverspreuk met ingrijpende gevolgen. Nescio's Koekebakker, Bavink, Hoyer, Bekker en Ploeger zijn een jaar of twintig en binnen Titaantjes zullen ze altijd dezelfde twintigers blijven, maar tegelijkertijd zijn het twintigers van nu, terwijl ze ook nog eens met de lezer meegroeien: ze zijn altijd net zo oud als ik. Ze zijn tijdloos en van alle tijden en als je je realiseert dat ze door Nescio maar net worden aangestipt, is dat des te opmerkelijker. Hoyer maakt in De uitvreter niet veel meer dan een guest-appearance en wat we verder over hem weten uit Titaantjes en een enkele schets kan op de achterkant van een postzegel. Van Bavink weten we iets meer, maar voor Bekker en Ploeger geldt hetzelfde als voor Hoyer. Toch zit het hele stel, net als dat stuk stad, met alles erop en eraan voor altijd in je kop, Bavink met zijn hoededoos, Hoyer die volgens Bavink spreekt als een tijdschrift en op het Leesmuseum het Berliner Tageblatt leest, Bekker die op de Weteringschans wordt ingehaald door het schoolmeisje op wie hij verliefd is en die later over dat ogenblik zal zeggen: 'Tusschen de toren van Naarden en deze snor, is veel minder dan er toen was tusschen haar schouder en de mijne. 't Haalt er niet bij Koekebakker.' Jongens waren het - maar aardige jongens en dat zullen het altijd blijven. - Guus Luijters (Het Parool |
| schema | ||
| HET OEUVRE VAN NESCIO: De uitvreter / Titaantjes / Dichtertje 1911/ 1915/ 1918 Ironische schetsen over gefnuikte idealisten. | ||
| Titaantjes 1915 Novelle over een groepje hooggestemde maar weinig daadkrachtige jongemannen. | ||
| : |
||
| The Ledge Redactie: Stacey Knecht, info@the-ledge.com Dank aan: De digitale pioniers en Het Prins Bernhard Cultuurfonds Ontwerp: Maurits de Bruijn |
Copyright: Pieter Steinz, Stacey Knecht Reproduktie en/of hergebruik uitsluitend in overeenstemming met de auteurs. |
|