| the ledge files the ledge - nl - uk |
nieuw zoeken |
gesprekken boeken |
Bouvard et Pécuchet Gustave Flaubert uitgever: , 1913 (postuum) vertaald als: Bouvard en Pécuchet uitgever: De Arbeiderspers, 1987 vertaling: Edu Borger verwijzing vanuit: Triomf Marlene van Niekerk
|
De roman Bouvard en Pécuchet (1881) van Gustave Flaubert is in die categorie het ultieme werk. Veel schrijvers documenteren zich, Flaubert at zich door hele bibliotheken heen. Met een onderbreking van twee jaar werkte hij van 1872 tot aan zijn dood in 1880 aan Bouvard en Pécuchet. Het is de geschiedenis van twee klerken, die zich dankzij een erfenis op het platteland kunnen terugtrekken. Daar wijden ze zich aan hun roeping: het verzamelen van encyclopedische kennis om dan aan de hand van die kennis de wereld om hen heen te verbeteren. We zien ze op alle vakgebieden studeren: land- en tuinbouw, veeteelt, geologie, historie, pedagogie, archeologie, chemie, filosofie, godsdienst, noem maar op. Ze stuiten hierbij vaak op problemen. Ontdekken fouten, tegenspraak, alternatieve opvattingen. Al snel ontaardt hun poging om de chaos in de wereld door middel van kennis te bedwingen dan ook in een veel grotere chaos. Hun bijeengelezen wetenschap blijkt een keurslijf, waar het corpus van de werkelijkheid maar niet in wil passen. De rigoureuze, hardnekkige manier waarop deze beide naneven van Don Quichote het toch blijven proberen, leidt dus tot rampen, de ene na de andere. Flaubert wordt vaak verkeerd geciteerd met ‘Madame Bovary, c’est moi’ en de roman Madame Bovary wordt door de doorsnee lezer voor zijn meesterwerk versleten. Ik zal niet ontkennen dat Madame Bovary een prachtig portret is van een vrouw uit die tijd, maar Bouvard en Pécuchet bijt zich vast in de mens in het algemeen. Vergeleken met Flauberts laatste roman heeft Madame Bovary de diepte van een bidprentje. Je kunt Bouvard en Pécuchet op verschillende niveaus lezen, het is een van de rijkste boeken uit de 19de eeuw. In de eerste plaats is er de romangeschiedenis van twee onafscheidelijke vrienden (voorafspiegelingen van Laurel en Hardy), die zich moeizaam staande houden in hun plattelandsomgeving. Doldwaze verwikkelingen, slapstick soms. Bijzonder humoristisch, terwijl Bouvard en Pécuchet alles serieus nemen. Ze gaan tot het gaatje. Een schitterend voorbeeld. Bouvard en Pécuchet lezen over menhirs en tumuli (grafheuvels), die symbool zouden staan voor respectievelijk het mannelijk en vrouwelijk geslachtsorgaan: ‘Vroeger hadden torens, piramiden, kaarsen, mijlpalen en zelfs bomen een fallische betekenis en in de ogen van Bouvard en Pécuchet werd alles fallus. Ze verzamelden zwengels van rijtuigen, stoelpoten, grendels van kelderdeuren en apothekersvijzels. Wanneer iemand op bezoek kwam vroegen ze: “Waar vindt u dat dat op lijkt?”, onthulden vervolgens het mysterie, en als er iemand protesteerde haalden zij medelijdend hun schouders op.’ Dit lijkt een persiflage op Freud, maar die moest in 1881 zijn eerste werk nog schrijven. Naast een bijzonder geslaagde roman is Bouvard en Pécuchet |
óók een bijzonder lijvig uitgevallen, evenzeer geslaagd pamflet. Je zou het ‘een strijdschrift tegen de waanwijsheid’ kunnen noemen, waarin Flaubert niet schroomt tevens gevestigde literaire grootheden te roskammen. In het hoofdstuk waarin de helden zich op de bellettrie storten bij voorbeeld, is Bouvard aanvankelijk enthousiast over Walter Scott: 'Maar de herhaling van dezelfde effecten begon hem tenslotte te vervelen. De heldin woont gewoonlijk met haar vader op het platteland en de verliefde jongeman, een ontvoerd kind wordt in zijn rechten hersteld en zegeviert over zijn rivalen. Er is altijd sprake van een filosofische bedelaar, een korzelige slotvoogd, reine jonge maagden, grappige knechten, een idiote preutsheid en een volkomen gebrek aan diepgang.’ Tekenender is het ontbijtprobleem dat beide heren ontwikkelen. Hoe, wat? Hun lectuur maakt het ze niet gemakkelijk. Alle soorten vlees hebben nadelen. Bloedworst en vleeswaren, gerookte haring, kreeft en wildbraad zijn ‘refractair’. Groenten brengen zure oprispingen teweeg, van macaroni ga je dromen. Koffie is slecht, net als melk. Thee dan maar? Schadelijk voor nerveuze personen. Ze besluiten de gezondheidsleer dus maar voor gezien te houden, en storten zich vervolgens met even tomeloze inzet op alweer de volgende discipline. Bouvard en Pécuchet verscheen in het jaar na zijn dood, onvoltooid. De laatste twee hoofdstukken ontbreken. Uit bewaarde aantekeningen weten we dat onze helden, na alle mislukte pogingen de werkelijkheid naar de hand van hun lectuur te zetten, besluiten zich maar te houden bij het kopiëren van belangwekkende passages uit allerlei boeken. Precies datzelfde blijkt Flaubert ook zelf te hebben gedaan. Had de dood hem niet weggehaald, dan zou hij er waarschijnlijk nog mee bezig zijn: het verzamelen van gemeenplaatsen, dwaze of nietszeggende uitspraken. Flaubert noemde het ‘pasklare ideeën’. Een groot aantal vinden we achterin de Bouvard en Pécuchet-vertaling van Edu Borger uit 1987, die door de NRC Handelsblad-leesclub nu opnieuw is uitgegeven. Dwaze zo niet domme uitspraken, die ernstig ontregelen als je ze net als onze beide helden ernstig neemt: ‘Ik hou niet van spinazie en daar ben ik blij om, want anders zou ik het eten en ik heb er immers een hekel aan.’ De slotsom van de soms enigszins vermoeiende, maar altijd hilarische tocht door het landschap van de bibliotheek is deze: de mensheid is dwaas, de mensheid is dom. Flaubert maakt hierin geen uitzondering voor zichzelf, en dat maakt Bouvard en Pécuchet ronduit monumentaal. Als de lezer van dit meesterwerk schatert om de twee bibliothecaire wereldverbeteraars, of lacht om die rare Flaubert, dan lacht hij dus ook om zichzelf. ‘Haha!’, het doet soms pijn. - Atte Jongstra (zie ook: www.attejongstra.nl) |
| schema | ||
| OP DE BOEKENPLANK VAN FLAUBERT Het rood en het zwart: kroniek van 1830 Stendhal, 1830 Een jonge man zet seks en overspel in om aan zijn provinciale milieu te ontkomen; puntgave roman liep (ook in stijl) vooruit op het realisme De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha Miguel de Cervantes Saavedra, 1605 / 1615 Niet alleen een maatschappelijke satire maar ook een roman waarin wordt geuexperimenteerd met vertelperspectief en het mengen van 'hoge' en 'lage' stijl Les misérables Victor Hugo, 1862 Romans van Franse romantici als Chateaubriand, Victor Hugo en Dumas-père, tegen wie Flaubert zich met zijn 'koele' stijl en realistische beschrijvingen verzette. De graaf van Monte-Cristo Alexandre Dumas-père, 1845 Romans van Franse romantici als Chateaubriand, Victor Hugo en Dumas-père, tegen wie Flaubert zich met zijn 'koele' stijl en realistische beschrijvingen verzette. 'La Comédie Humaine' Honoré de Balzac, 1830-1850 Balzacs Etudes de moeurs uit de romancyclus 'La comédie humaine' (1830-1850), een realistische typering van de Franse stads- en plattelandszeden. Seks, hebzucht en burgerlijkheid. Twee verhalen : Atala en René Chateaubriand, 1801 / 1805 Romans van Franse romantici als Chateaubriand, Victor Hugo en Dumas-père, tegen wie Flaubert zich met zijn 'koele' stijl en realistische beschrijvingen verzette. | HET OEUVRE VAN GUSTAVE FLAUBERT: Madame Bovary 1857 Een romantica probeert vergeefs door middel van overspel te ontsnappen aan haar saaie huwelijk en het Normandische kleinburgerdom. | WAT TE LEZEN NA MADAME BOVARY? OVERSPEL, KLASSIEK EN MODERN Anna Karenina Leo N. Tolstoy, 1877 Aristocrate gaat te gronde aan buitenechtelijke verhouding. DE INVLOED VAN MADAME BOVARY De ontnuchtering Kate Chopin, 1899 Ontroerende roman over een kort gehouden vrouw uit de elite van New Orleans die vlucht in een affaire. OVERSPEL, KLASSIEK EN MODERN Van de koele meren des doods Frederik van Eeden, 1900 Psychiatrisch geval is overspelig uit wanhoop en rebellie tegen haar omgeving. DE INVLOED VAN MADAME BOVARY 'Op zoek naar de verloren tijd' Marcel Proust, 1913-1927 Romancyclus die, onder veel meer, provinciaals Normandië in het fin de siècle op de snijtafel legt. De grafbruiden: alle verhalen 1887-1891 Guy de Maupassant, 1887-1891 Guy du Maupassant Contes (1875-1890; seks en vooroordeel in kringen van Parijse en Normadische kleinburgers. Neef Bazilio José Maria Eça de Queirós, 1878 Een Bovary-variatie van de Portugees die met De Maia's een Flauberteske satire over apathie in Lissabonse burgerkringen schreef. BOVARY VOOR EN BOVARY NA De eeuwigdurende orgie Mario Vargas Llosa, 1975 De eeuwigdurende orgie bundelt 15 jaar preoccupatie van Llosa met Flauberts roman. Het zwart uit de mond van Madame Bovary Willem Brakman, 1974 Man geobsedeerd door Bovary. Flauberts papegaai Julian Barnes, 1984 Postmoderne komedie over een Flaubert-obsessie. OVERSPEL, KLASSIEK EN MODERN Effi Briest Theodor Fontane, 1895 Verveling drijft Duitse dame tot overspel en ondergang. Een handvol stof Evelyn Waugh, 1934 Overspelige aristocrate richt echtgenoot te gronde in superieure satire. Rogers versie John Updike, 1986 Variatie op Nathaniel Hawthorne's naspel-van-overspelroman The Scarlet Letter (1850). De buitenvrouw Joost Zwagerman, 1994 Multicultureel overspel in een Noord-Hollandse buitenwijk. |
| Salammbô 1862 Intriges in Carthago tijdens de Eerste Punische Oorlog (rond 250 v.Chr.). | ||
| De leerschool der liefde: de geschiedenis van een jongeman 1869 Een jongen jaagt vergeefs passie na om aan zijn saaie leven te ontsnappen. | ||
| Bouvard en Pécuchet 1913 (postuum) Twee naïeve klerken gaan met vervroegd pensioen om de wereldraadsels op te lossen. | ||
| : |
||
| The Ledge Redactie: Stacey Knecht, info@the-ledge.com Dank aan: De digitale pioniers en Het Prins Bernhard Cultuurfonds Ontwerp: Maurits de Bruijn |
Copyright: Pieter Steinz, Stacey Knecht Reproduktie en/of hergebruik uitsluitend in overeenstemming met de auteurs. |
|