| the ledge files the ledge - nl - uk |
nieuw zoeken |
gesprekken boeken |
Allah n'est pas obligé Ahmadou Kourouma uitgever: Éditions du Seuil, 2000 vertaald als: Allah is niet verplicht uitgever: Meulenhoff, Amsterdam, 2001 vertaling: Mirjam de Veth ![]() verwijzing vanuit: Kaarten Nuruddin Farah
|
Geweld is voor Afrika geen natuurlijk gegeven. De genocide in Rwanda en de burgeroorlogen in Congo, Liberia en Sierra Leone waren nieuwe verschijnselen. Stamoorlogen hadden nog regels en begrenzingen, maar in de totale anarchie van de jaren negentig was geen stad, geen dorp, geen huis en geen mens veilig. Nieuw was ook het verschijnsel van de kindsoldaten. Militair gezien zijn die van weinig nut. Ze zijn geschikt om de burgerbevolking te terroriseren, niet om gewapende en getrainde volwassen soldaten te verslaan. Het geweld van deze wereld weerspiegelt slechts ten dele een onverwerkte koloniale erfenis; veel destructiever zijn het einde van de Koude Oorlog en de rol van binnenlandse corruptie en machtsmisbruik geweest. Maar dat is alleen de politieke buitenkant. Hoe werd deze periode ervaren door degenen die haar doorleefden? Daarover lijkt Ahmadou Kourouma's Allah is niet verplicht te gaan. Het is een kindsoldaat die hier spreekt, genaamd Birahima. Hij is wees. Zijn moeder heeft hij letterlijk zien wegrotten: ze is gestorven aan een onbehandelde zweer. Sindsdien wordt hij achtervolgd door schuldgevoel, of door haar vervloeking. Zijn omzwervingen in Ivoorkust, Liberia en Sierra Leone worden, soms wat geforceerd, verklaard als een zoektocht naar zijn tante Mahan. Tijdens die tocht sluit hij zich aan bij de verschillende milities die deze landen teisteren. Birahima is evenmin als Askar in Nuruddin Farahs Kaarten een realistisch personage: beiden ervaren de wereld, en spreken, als volwassenen. Ook zijn blik is niet onbevangen, maar cynisch: hij praat met de kennis en het inzicht van een ervaren politiek commentator, en als iemand die in niets of niemand gelooft – en nog het minst in zichzelf. Van de plaatselijke religie, een mengvorm van christendom, islam en animistische tradities, moet hij niets hebben: goddelijke en demonische machten weerspiegelen hier niet alleen de onmacht van mensen, maar ook hun gebrek aan verantwoordelijkheid voor hun eigen daden. Ook lapt Birahima de regels van het klassieke Franse proza aan zijn laars, en trakteert hij de lezer op een imposant arsenaal aan Malinké-krachttermen. Zijn vrijmoedige, en dikwijls vulgaire, taalgebruik vertoont overeenkomsten met het Indiase Engels dat je in Salman Rushdies romans aantreft; maar hier heeft het een veel nadrukkelijker politieke lading. Kourouma stelt de verafgoding van het klassieke Frans ter discussie doordat zijn hoofdpersoon zich onklassiek, grof, en meertalig uitdrukt. Letterlijk op elke |
bladzijde wordt wel een woord of uitdrukking in het Frans, Engels, Malinké, of Arabisch uitgelegd. Aanvankelijk komt deze neiging om alles te verklaren en te benoemen nogal hinderlijk en overbodig over; elke lezer snapt immers wel dat ‘scheet van een ouwe oma’ op iets zonder waarde duidt. Maar langzaamaan wordt duidelijk dat deze definities een literaire, en zelfs ronduit religieuze functie hebben. Birahima’s krachttermen als ‘faforo’ en formules als ‘Allah is niet verplicht om rechtvaardig te zijn in wat hij besluit hier op aarde te doen’ hebben zelf het karakter van fetisjen of bezweringen, waarmee hij probeert greep op zijn leven te krijgen. Inderdaad schiet zijn taal tekort om de gruwelen in hun volle omvang te beschrijven. Herhaaldelijk weigert hij te vertellen over de gruweldaden van zijn kameraden. En van zijn eigen daden als kindsoldaat leren we – afgezien van kleine gevallen van diefstalletjes, leugentjes en een stiekeme verhouding met een meisje – al helemaal niets. In dit deprimerende universum zijn woorden machteloos; zelfs het afleggen van een eed of belofte verplicht de spreker nergens toe. Je vraagt je af of er nog een uitweg uit deze ellende is. Een happy end lijkt er niet in te zitten, maar maakt Birahima dan tenminste een proces van loutering, catharsis of ontwikkeling door? Uiteindelijk wel, maar niet op een voor de hand liggende manier. Hij wordt niet herenigd met zijn tante Mahan: die blijkt kort tevoren in een vluchtelingenkamp gestorven. Desondanks besluit de roman met twee momenten van troost, of zelfs verlossing, dankzij woorden. Eerst hoort hij dat de laatste woorden van zijn tante een uiting van zorg over zijn lot waren. Die blijk van liefde geeft hem het gevoel van eigenwaarde terug dat hij bij de dood van bij zijn moeders dood verloor, en verlost hem van het schuldgevoel. Tegelijkertijd, nog belangrijker, ontvangt hij met het overlijdensbericht van zijn tante een stel woordenboeken, variërend van de klassiek Franse Larousse en de Petit Robert tot de Inventaire des particularités lexicales du français d’Afrique noire en een Engels pidginwoordenboek. Daarin gaat hij letterlijk op zoek naar de taal en de woorden waarin hij zijn verhaal, of wat hij ‘mijn blabla’ noemt, kan vertellen, en waarmee hij zijn gewelddadige verleden kan benoemen en van zich af kan zetten. In laatste instantie gaat Allah is niet verplicht dus daarom niet over kindsoldaten of over de politiek van West Afrika in de jaren negentig, maar over taal: het is Kourouma’s poging om de ‘Great African Bildungsroman’ van de late 20ste eeuw te schrijven. Wat mij betreft is hij daarin glorieus geslaagd. - Michiel Leezenberg, NRC-Handelsblad |
| schema | ||
| OP DE BOEKENPLANK VAN AHMADOU KOUROUMA Reis naar het einde van de nacht Louis-Ferdinand Céline, 1932 'Kourouma annexeert het Frans, doorspekt het met lokale zegswijzen, uitdrukkingen en scheldwoorden en maakt er zo zijn eigen célineske Frans van.' - Margot Dijkgraaf [The Palm-wine Drinkard] Amos Tutuola, 1952 'Tutola, Okara and Kourouma are writing first and foremost for their African audience. They sought a compromise between their adopted former colonial languages and their own traditional cultures. They deconstructed these foreign languages to make their own cultural traditions visible.' - Tomi Adeaga, 2008 Middernachtskinderen Salman Rushdie, 1981 Ook Rushdie speelt een prachtig spel met taal: in zijn geval het 'Indiaas-Engels' (zie ook zijn essay 'Imaginary Homelands). de orale traditie his father's father's father..., from way back when... 'I often refer to the oral traditions, to tales and legends, in my writing.' - Ahmadou Kourouma | HET OEUVRE VAN AHMADOU KOUROUMA: Allah is niet verplicht 2000 De gruwelijke ervaringen van een kind-soldaat in Liberia en Sierra Leone midden jaren negentig bieden zicht op een losgeslagen samenleving waarin allerlei vormen van perversie overheersen. | WAT TE LEZEN NA ALLAH IS NIET VERPLICHT? ANDERE WEST-AFRIKAANSE SCHRIJVERS Een wereld valt uiteen Chinua Achebe, 1958 Schets van het leven in een Nigeriaans dorp in de pre-koloniale tijd en van de reacties op de komst van de eerste blanken. [Jagua Nana] Cyprian Ekwensi, 1961 Hoertje met gouden hart probeert zich wanhopig in te trouwen in de intellectuele elite van Lagos. De houtjes van God Ousmane Sembène, 1960 Gefingeerd verslag van de treinstakingen op het traject Dakar-Niger in de jaren veertig. [Chants d’ombre] Léopold Sédar Senghor, 1945 Eerste dichtbundel van de Senegalese schrijver, filosoof en politicus. Paarse hibiscus Chimamanda Ngozi Adichie, 2003 Een vijftienjarig Nigeriaans meisje groeit op in een gezin met een fanatiek godsdienstige vader die met geweld zijn gezag handhaaft, tot haar oudere broer dit niet meer accepteert. KINDSOLDATEN Ver van huis Ishmael Beah, 2007 Een ex-kindsoldaat vertelt hoe hij op twaalfjarige leeftijd bij de burgeroorlog in Sierra Leone betrokken raakte, zijn familie verloor en later met succes meedeed aan een ontwapenings- en ontwenningsprogramma. Wat is de Wat? Dave Eggers, 2006 Het levensverhaal van een jongeman die als jongen de burgeroorlog in Zuid-Soedan overleeft door naar Kenia te vluchten en daarna in de VS asiel krijgt. Heer der vliegen William Golding, 1954 Schooljongens stranden op onbewoond eiland en vervallen tot barbarij. In de huid van het beest Uzodinma Iweala, 2005 Iweala's debuut beschrijft de avonturen van Agu, een kindsoldaat die vecht in de burgeroorlog in een niet nader aangeduid Afrikaanse land. Johnny, valse hond Emmanuel Dongala, 2002 Een kindsoldaat, Johnny, valse hond, en een vluchtelinge, het meisje Laokolé, vertellen over hun belevenissen tijdens de burgeroorlog in Congo. SCHELMENROMANS Candide, of Het optimisme Voltaire, 1759 Een jonge optimist reist langs de reëel bestaande verschrikkingen van 'de beste van alle mogelijke werelden'. Jacques de fatalist en zijn meester Denis Diderot, 1796 De knecht Jacques en zijn werkgever trekken door Frankrijk, bespreken Jacques' amoureuze avonturen en discussiëren over de vrije wil. De blikken trommel Günter Grass, 1959 Magisch-realistische roman over een trommelende dwerg die de hypocrisie van de Duitse samenleving voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog afstraft. De avonturen van Augie March Saul Bellow, 1953 Schelmenroman over een joodse immigrantenzoon uit arme Chicago. Lazarillo van Tormes: een schelmenroman Anonymous, 1554 Spaanse pseudo-autobiografie van een levenslustige en gewiekste molenaarszoon uit de 16e eeuw. |
| De brandende zon van de onafhankelijkheid 1968 Een prins in Ivoorkust vervalt na de onafhankelijkheid van zijn land tot berooide afhankelijkheid. | ||
| Monnè, schande en smaad 1990 Nadat Franse koloniale troepen een Westafrikaanse stad hebben veroverd, blijven de negertovenaars de koning van die stad eer bewijzen hoewel hij collaboreert met de vijand. | ||
| [En attendant le vote des bêtes sauvages] 1998 The life story of President Koyaga, the dictator of the (fictional) République du Golfe, as told to him by his court storyteller Bingo. | ||
| : |
||
| The Ledge Redactie: Stacey Knecht, info@the-ledge.com Dank aan: De digitale pioniers en Het Prins Bernhard Cultuurfonds Ontwerp: Maurits de Bruijn |
Copyright: Pieter Steinz, Stacey Knecht Reproduktie en/of hergebruik uitsluitend in overeenstemming met de auteurs. |
|