the ledge files
the ledge - nl - uk
nieuw
zoeken
gesprekken
boeken
Pippi Långstrump
Astrid Lindgren
uitgever: Rabén & Sjögren, Stockholm, 1945-1948

vertaald als:
Pippi Langkous
uitgever: Ploegsma, 2004 (hervertaling)
vertaling: Lisbeth Borgesius-Wildschut

zoek in hele site:


the ledge - flash versie*

*

De carrière van Astrid Anna Emilia Lindgren (geb. Ericsson op 14 nov. 1907) is een mooie ontkrachting van de uitspraak ‘Een ongelukkige jeugd is een schrijversgoudmijn.’ Wie haar autobiografische herinneringen leest in Het land dat verdween (1975), krijgt het beeld van een zuid-Zweedse plattelandsidylle, een jeugd vol veilige avonturen met zusjes en broertjes en ouders die elkaar adoreerden. Dat Lindgren schrijfster werd, was dan ook een kwestie van toeval; ze begon op 34-jarige leeftijd aan haar debuut Britt-Marie lucht haar hart (1944) toen ze door een winterse val haar enkel verstuikte. Een jaar later publiceerde ze Pippi Långstrump en daarna bleven de succesboeken komen, in rotten van drie: van de Superdetective Blomquist-, de Bolderburen- en de Karlsson van het dak-boeken tot sprookjes als De gebroeders Leeuwenhart (1973) en Ronja de roversdochter (1981).
De invloed van Lindgren op de jeugdliteratuur kan niet overschat worden. Haar boeken, geschreven volgens de methode-Schopenhauer (‘ongewone dingen zeggen in gewone woorden’) en wemelend van de anti-autoritaire figuren, beïnvloedden alleen al in Nederland tientallen kinderboekenschrijvers. De beroemdste is Annie Schmidt, die behalve met Floddertje en Pluk van de Petteflet Nederlandse equivalenten schiep voor Pippi en Karlsson van het dak; maar in haar kielzog schreven ook Guus Kuijer (Madelief, Polleke) en Joke van Leeuwen (Bobbel, Iep) kinderromans van verfrissend twijfelachtige opvoedkundige waarde. In het buitenland was de succesvolste Lindgren-leerling wel Roald
Dahl, die de vrolijke anarchie van de Pippi- en Karlssonboeken moderniseerde met zwarte humor en gruweleffecten.
Lindgrens boeken verschenen in 50 talen en werden verspreid over de hele wereld. Je kunt je afvragen welk kind niet met haar creaties is opgegroeid, en dus ook welke na-oorlogse beschrijvers van non-conformistische helden niet door haar beïnvloed zijn. Gerard Reve misschien, wiens Werther Nieland (1949) een Pippi pendant-la-lettre is. Maar Raymond Queneau, John Irving, Kees van Kooten en Marek van der Jagt zijn zonder twijfel Lindgren-kinderen. En ook het alter ego van Marek van der Jagt, Arnon Grunberg, is overduidelijk schatplichtig aan Lindgrens licht-absurdistische stijl en haar voorkeur voor plotloze maar samenhangende humoresken. Nadat Grunberg in een hilarisch stuk in de NRC Karlsson tot zijn grootste literaire held had uitgeroepen, liet hij zijn boekenweekgeschenk De heilige Antonio (1998) voorafgaan door een motto uit Karlsson van het dak: ‘Als ik een verzinsel ben, dan ben ik toevallig wel het beste verzinsel ter wereld.’ Een waarheid als een koe - al zal de ‘verstandige man in zijn beste jaren en net dik genoeg’ de eer moeten delen met het ijzersterke meisje met uitstaande vlechtjes en een brutale sproetenkop.

(Noot van de Redactie: dit 'boekenschema' is en blijft een werk-in-uitvoering. Heb je nog meer suggesties voor relevante titels en schrijvers? Stuur ze op en vergeet ook niet te melden - in 1 zinnetje - waarom het boek (of boeken) in dit schema thuishoort. Het emailadres van The Ledge is: info@the-ledge.com. Veel dank!)

schema    
OP DE BOEKENPLANK VAN ASTRID LINDGREN

Goudeiland
Robert Louis Stevenson, 1883
Herbergierszoontje reist met kaart in zijn hand en eenbenige piraat op zijn hielen naar verborgen schat. Johoho en een fles met rum.

De avonturen van Huckleberry Finn
Mark Twain, 1884-1885
Jongetje ontvlucht met negerslaaf op een vlot de 'sivilization' van zijn tante.

De avonturen van Tom Sawyer
Mark Twain, 1876
Jongen beleeft avonturen in een dorpje aan de Mississippi (vóór de burgeroorlog).

Niels Holgerssons wonderbare reis
Selma Lagerlöf, 1907
Geschreven in 1907, het jaar dat Lindgren werd geboren. Pestkop verandert door reis op gans in dappere jongen.

Sprookjes van Topelius
Zacharias Topelius, 1874-1852
De sprookjes (Sagor) van de Zweedstalige Fin Zacharias Topelius (1818-1898), die geïnspireerd was door Andersen maar veel minder literair schreef.

HET OEUVRE VAN ASTRID LINDGREN:

Pippi Langkous
1945-1948
Drie boeken met verhalen over een eigenwijs, supersterk, alleenwonend meisje en haar twee doodgewone buurkinderen.
WAT TE LEZEN NA PIPPI LANGKOUS?

EIGENGEREIDE KINDEREN
De blikken trommel
Günter Grass, 1959
Een jongetje weigert te groeien uit protest tegen de volwassen wereld van seks en oorlog.

Werther Nieland
Gerard Reve, 1949
Krengig joch probeert controle over zijn leventje te krijgen.

Bidden wij voor Owen Meany
John Irving, 1990
Vreemd kereltje groeit op tot kinderredder.

Zazie in de metro
Raymond Queneau, 1959
Pubermeisje uit de provincie logeert in Parijs en verbaast zich over de wereld.

GROOT KIND BOTST MET VOLWASSEN WERELD
Een samenzwering van idioten
John Kennedy Toole, 1980
Kwaadaardige lobbes teistert New Orleans in de sixties.

De geschiedenis van mijn kaalheid
Marek van der Jagt, 2000
Onaangepaste jongen zoekt een amour fou.

Hedonia
Kees van Kooten, 1984
Gelukkige stuntel kan maar niet volwassen worden (zie ook Modernismen).

Modernismen
Kees van Kooten, 1986
Gelukkige stuntel kan maar niet volwassen worden (zie ook Hedonia).

HELDEN MET SUPERKRACHTEN
Peter Pan
J.M. Barrie, 1904-1911
Avonturen in Neverneverland met jochie dat niet wil opgroeien.

Mary Poppins
Pamela L. Travers, 1938-1952
Toverende kinderjuf in Londen anno 1910.

Matilda
Roald Dahl, 1988
Leesgraag meisje schakelt met telekinese ouders en schooljuf from hell uit.

Wiplala
Annie M.G. Schmidt, 1957
Burgerfamilie wordt door 'tinkelend' dwergje verkleind en op sleeptouw genomen. Zie ook Wiplala weer.

Wiplala weer
Annie M.G. Schmidt, 1962
De familie Blom verkeert in geldnood; daarom gaat vader als secretaris in een soepfabriek werken. Dan komt Wiplala, een kabouter die probeert te 'tinkelen' (toveren), weer te voorschijn. Zie ook Wiplala.

Karlsson van het dak
1945
Een groot kind, met propeller op de rug en huisje op het dak, leert onderbuurtje 'tirriteren, figureren en poetsen bakken'.
De gebroeders Leeuwenhart
1973
Twee broertjes en het (sprookjesachtige) leven na de dood.
Ronja de roversdochter
1981
Vroegrijp eigengereid meisje moet kiezen tussen vriend en vader.
De Michiel-, Emiel- en Bolderburen-series

Kwajongensavonturen op het Zweedse platteland.
:
 
maak een notitie
naam

notitie


Code (above)


The Ledge
Redactie: Stacey Knecht, info@the-ledge.com
Dank aan: De digitale pioniers en
Het Prins Bernhard Cultuurfonds
Ontwerp: Maurits de Bruijn

Copyright: Pieter Steinz, Stacey Knecht
Reproduktie en/of hergebruik uitsluitend in overeenstemming met de auteurs.